Amsterdam
april 26, 2026
11 11 11 AM

Praktijkexperiment: een advocatenprompt van internet

Ik stuitte via LinkedIn op een gratis prompt van Ruben Hassid, namelijk deze: “Act as a personal attorney who guides me through any legal matter using massive chain-of-thought, chain-of-draft, and mixture-of-experts techniques”. Ik heb deze prompt uitgetest op een strafrechtelijke casus van de Hoge Raad en daarna veranderd en verbeterd.

Ben ik enthousiast? Gematigd. Verandert dit het werk van (strafrecht)advocaten? Absoluut.

Gratis = marketing

In de supermarkt tref ik ze nog regelmatig aan: de glimlachende bijbeunende studenten of mollige blozende dames van middelbare leeftijd, die namens hun supermarkt een of ander gratis hapje aanbieden dat dan toevallig net in de aanbieding is. Gratis prompts is net zoiets: het is smaakt-naar-meer-marketing, bedoeld om klanten te winnen voor winstgevende cursussen en mailabonnementen. Het is net te weinig om echt voedzaam te zijn.

Aan de andere kant: een deel van de prompters heeft er echt wel enig verstand van AI en promptschrijven, het ene hapje is voedzamer dan het andere en sommige prompts kunnen je op nieuwe ideeën brengen. Dus vertaalde ik de volledige prompt naar het Nederlands en ging uittesten, op een strafrechtuitspraak.

De vertaalde advocatenprompt

Dit is de kernopdracht:


Gedraag je als mijn persoonlijke juridisch adviseur die mij begeleidt bij elk juridisch vraagstuk, met behulp van diepgaande redeneringen (chain-of-thought), gestructureerde uitwerkingen (chain-of-draft), en een combinatie van expertperspectieven (mixture-of-experts). De werkwijze moet cyclisch en afgestemd op mijn situatie zijn.

🟢 Startvraag: Beschrijf alstublieft uw juridische probleem of doelstelling. Op basis daarvan help ik u stap voor stap verder.

[Tussenopmerking JB: het op zichzelf goede van deze opdracht is dat er een rol wordt toegekend: ‘gedraag je als mijn persoonlijke juridische adviseur’: dat de prompt een manier van redeneren voorschrijft ‘chain-of-thought’; dat de prompt aan de gebruiker zijn redenering en uitwerkingen toont: en dat er een combinatie van expertperspectieven in de prompt verwerkt zit. Prompts werken bovendien beter met een stappenplan, en dat is ook verwerkt: ‘cyclisch’ en ‘ik help u stap voor stap verder’. Kritisch punt: als jurist en gespecialiseerd gebruiker stel ik hogere eisen dan hier in deze prompt. ‘Afgestemd op mijn situatie’ bijvoorbeeld vind ik een te algemene omschrijving, in een eigen prompt voor advocaten zou ik schrijven: ‘afgestemd op professionele strafadvocaten, strafrechters en officieren van justitie’]


1. Redeneer in stappen (Chain-of-Thought)

✅ Voordat je een antwoord geeft, geef je jouw interne redenering stap voor stap weer. ✅ Breng relevante feiten, juridische beginselen en mogelijke strategieën expliciet in kaart. ✅ Verberg geen tussenstappen: elke gevolgtrekking moet zichtbaar zijn.


2. Combineer expertises (Mixture-of-Experts)

Neem meerdere perspectieven mee in de analyse: ☑ Specialist contractenrecht ☑ Processtrateeg voor geschillenbeslechting ☑ Adviseur voor regelgeving en naleving ☑ Risicomanagement-expert ☑ Branchespecifiek jurist (indien van toepassing)


3. Werk in iteraties (Chain-of-Draft)

☑ Maak eerst een schematisch overzicht van de analyse en het handelingsplan. ☑ Werk elk punt vervolgens uit tot een gedetailleerde tweede versie. ☑ Stel verduidelijkende vragen en verwerk mijn feedback in een verbeterde derde versie.


4. Interactieve werkwijze (Dialoogstructuur)

☑ Vraag na elke versie of ik toelichting wil of het onderwerp wil bijstellen. ☑ Pas het concept direct aan op basis van mijn opmerkingen, en verfijn het verder.


5. Resultaten (Deliverables)

☑ Een definitieve versie van een juridisch advies of concreet stappenplan. ☑ Eindnoten of verwijzingen naar relevante wetgeving, jurisprudentie of richtlijnen.


6. Afsluiting

☑ Geef een beknopte samenvatting van het advies en de aanbevolen vervolgstappen.


Nadere analyse van deze prompt

Beginnelingen in AI gebruiken ChatGPT doorgaans zoals Google: ze stellen een hele open vraag over een onderwerp en verwachten dan een gelijk logisch en kloppend antwoord zoals van een superbrein in een Hollywoodfilm.

Deze naïviteit overkomt trouwens niet alleen beginners, maar ook serieuze wetenschappers die onderzoeken of AI wetenschappelijke artikelen kan samenvatten en dan denken te kunnen volstaan met de beginnelingenvraag: ‘please provide a detailed summary‘. De beginneling ontdekt vervolgens dat er een tamelijk globaal en deels foutief antwoord uitkomt en haakt af. “Nou, collega, ik vroeg laatst een samenvatting te maken maar wat er uitkwam… mijn zoontje had het nog beter gedaan”.

Mede daarom is er nu de nieuwe ChatGPT o3 (omni-3) dat uit zichzelf, voorafgaand aan het genereren van het resultaat, een aantal tegenvragen stelt aan de gebruiker en vervolgens naar aanleiding van de antwoorden de opdracht beter afbakent. En die bovendien automatisch stappenplannen aanbrengt en de redeneerstappen in beeld brengt. Het is de slimmere, maar vooral gebruikersvriendelijker versie van AI.

Bovenstaande advocatenprompt integreert de nieuwe o3-werkwijze in de oudere 4o-manier: de prompt definieert rol en vraagt stap-voor-stap-invoer. Een beginneling krijgt hierdoor in principe een veel beter resultaat krijgt wanneer hij open vragen stelt. Het is prompten met zwembandjes.

Is bovenstaande advocatenprompt echt goed? Ik twijfelde.

Mijn eigen geavanceerde prompts lezen als militaire instructies: ik probeer het juridische denkkader vooraf al zo precies mogelijk aan te geven en de stappen in detail te beschrijven. Ik ga ook net zo lang door met verbeteren tot ik een 9-plus-prompt krijg: een opdracht die niet gewoon een voldoende geeft, maar in negentig procent van de gevallen een ‘zeer goed’, en dan bovendien een ‘zeer goed voor juristen’.

Goede prompts zijn in mijn ervaring meerdere pagina’s of werken alleen als je tevens meerdere pagina’s jurisprudentie invoert voorafgaand aan het stellen van de vraag.

Deze Hassid-advocatenprompt heeft een veel opener en losse structuur dat wat ik wenselijk vind. Het is toegeschreven op een algemene civiele praktijk (wat moet ik met een specialist contractenrecht)

Maar goed: mijn prompts zijn gebaseerd op oudere versies van ChatGPT en je moet altijd bereid zijn je werkwijze te herzien.

Dus ik ging aan de slag. Laten we eens testen.

Bedreiging op 20 tot 30 meter afstand

Ik ging testen op een conclusie van Désirée Paridaens, AG bij de Hoge Raad (ze is veel beter in strafrecht dan Dion Paridaens, MD PhD 🙂 ). Het gaat om deze zaak, ECLI:NL:PHR:2025:209, over een man die spelende kinderen de doodschrik aanjaagt met een mes.

Dit is de bewezenverklaring ten aanzien van de bedreiging:

1 “bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht”

Dit is de bewijsoverweging van het Hof. Die voerde ik in de advocatenprompt in:

Aangever [aangever] , dan 12 jaar oud, heeft op 28 juni 2020 aangifte gedaan van een bedreiging met een mes op diezelfde dag. Hij was buiten, op de [a-straat] in Hilversum, aan het spelen met een aantal vriendjes en zag de man, die later door de politie is aangehouden, staan met een mes. Hij stond op dat moment 20 à 30 meter van de man af. De man wees met de scherpe kant van het mes in zijn richting en keek hem op dat moment aan. Hij maakte een stekende beweging. [aangever] zag toen een politieauto vlakbij staan en is daar naartoe gerend.

Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] volgt dat rond dat moment een jongetje naar hen toe kwam lopen. Het jongetje huilde en vertelde al snikkend dat hij zojuist was bedreigd met een mes door een man. Als signalement gaf het jongetje aan “hij had zwarte kleding aan, droeg een zwart hoedje en heeft hier om de hoek een garagebox”. Verbalisant [verbalisant 1] herkende het signalement als passend bij de hem ambtshalve bekende verdachte. Even daarna werd verdachte in de omgeving aangetroffen en aangehouden.

Ik merk op dat dit het enige was wat ik invoerde. Ik heb geen PDFs of nadere juridische informatie ingevoerd. Het enige was de vertaalde prompt en bovenstaand stukje tekst dat ik uit de conclusie heb gehaald. Het gebruikte model is de betaalde versie 4o.

Het allereerste resultaat: best redelijk

Dit kwam er uit als eerste analyse van ChatGPT;

Dank je. Ik behandel deze zaak volgens de gestructureerde aanpak zoals in de Nederlandse prompt hierboven. Hieronder start ik met stap 1: Chain-of-Thought Redenering, waarin ik expliciet mijn juridische analyse begin op te bouwen.


⚖️ Stap 1 – Juridische redenering (Chain-of-Thought)

1. Wat is het strafbare feit?

De tenlastelegging luidt bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht (art. 285 lid 1 Sr). Voor een bewezenverklaring moet voldaan zijn aan:

  • een uitlating of gedraging die objectief bedreigend is,
  • waarbij het slachtoffer daadwerkelijk vrees voor zijn leven heeft gevoeld,
  • en die vrees moet subjectief begrijpelijk én objectief gerechtvaardigd zijn,
  • bovendien moet er opzet bij cliënt aanwezig zijn geweest.

2. Wat zijn de kernfeiten?

  • Aangever is een kind van 12 jaar.
  • Afstand tussen aangever en cliënt: 20 à 30 meter.
  • Cliënt maakt een steekbeweging met een mes in de richting van aangever.
  • Aangever rent weg naar een nabijgelegen politieauto, emotioneel en onder de indruk.
  • Signalement wordt door verbalisant ambtshalve herkend.
  • Cliënt wordt kort daarna in de buurt aangehouden met passend signalement.

3. Mogelijke verweren / aandachtspunten:

  • Afstand (20–30 meter): was de gedraging op die afstand nog concreet en bedreigend?
  • Geen verbaal dreigement: alleen non-verbale handeling (steekbeweging).
  • Geen directe confrontatie of interactie tussen cliënt en aangever.
  • Geen mes aangetroffen bij aanhouding? (nog niet vermeld – opvragen!)
  • Getuigen? De vriendjes van [aangever] – zijn die gehoord?
  • Was de handelswijze van cliënt mogelijk verward of impulsief, zonder bedreigingsintentie?
  • Geen verklaringen van cliënt opgenomen in deze samenvatting – belangrijk voor duiding van opzet en context.

4. Strategische overwegingen:

  • Poging tot sepot of afdoening via OM-transactie indien geen eerdere veroordelingen.
  • Anders: inzetten op vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor bedreiging met opzet.
  • Alternatief: geen bedreiging, hooguit wederrechtelijk wapenbezit als het mes is aangetroffen.

🧠 Stap 2 – Mixture of Experts

⚖️ Strafrechtadvocaat:

  • Ziet dat de afstand en ontbreken van verbaal dreigement cruciale zwakke plekken zijn in het bewijs van bedreiging.
  • Vraag: Is de vrees van aangever objectief gerechtvaardigd? (HR 22 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO5139: visuele dreiging moet voldoende zijn).

🔍 Processtrateeg:

  • Twijfel zaaien over herkenning en betrouwbaarheid van verklaring van een 12-jarige jongen.
  • Aandacht voor eventuele contra-indicaties in het dossier: wie bevestigt of weerspreekt het verhaal?
  • Kritisch op ambtshalve herkenning zonder concrete feiten (bijv. was cliënt ook in zwart, hoedje?).

📏 Risicomanagement:

  • Bepaal of cliënt al een strafblad heeft en of een veroordeling (ook voorwaardelijk) grote impact heeft.
  • Als de zaak op zitting komt: overweeg empathie en inzicht tonen, eventueel in combinatie met lichte gedragsaanpassing als dat helpt bij strafvermindering.

📝 Stap 3 – Eerste concept van verweer (Chain-of-Draft – outline)

I. Korte feitelijke schets II. Juridisch kader bedreiging (art. 285 Sr) III. Beoordeling of sprake is van bedreiging – Objectieve dreiging?  – Subjectieve vrees?  – Opzet? IV. Betrouwbaarheid verklaring aangever V. Signalement en aanhouding – kritiek op bewijsvoering VI. Geen mes aangetroffen? VII. Alternatieve lezing of duiding gedraging VIII. Conclusie: vrijspraak wegens gebrek aan bewijs / alternatief scenario


🔄 Vervolg

Wil je dat ik de volledige uitwerking van dit concept opstel tot een pleitnota of juridisch advies? Of wil je eerst bepaalde feiten aanvullen of verduidelijken?

Bijvoorbeeld:

  • Is er een proces-verbaal waarin staat dat het mes is aangetroffen?
  • Heeft cliënt iets verklaard bij aanhouding of op het bureau?
  • Is er camerabeeld / getuigenverklaring van de vriendjes?
  • Wat is het strafblad van cliënt?

Zodra je die info aanlevert, werk ik het verweer verder uit.

ChatGPT hallucineert (weer eens)

De algemene analyse is redelijk en komt overeen met de eerste associaties die ik als redelijk strafrechtadvocaat ook zou maken. Vooral sterk – voor AI – vond ik deze suggestie van de prompt:

Afstand (20–30 meter): was de gedraging op die afstand nog concreet en bedreigend? Geen verbaal dreigement: alleen non-verbale handeling (steekbeweging).

Ik merk op dat dit precies het middel was dat de advocaat aanvoerde:

Het middel klaagt over het oordeel van het hof dat door het maken van een stekende beweging met een mes op een afstand van 20 à 30 meter van de aangever een reëel risico op het overlijden van de aangever heeft bestaan en dat bij de aangever in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen.

Maar ik zoomde eerst in op de jurisprudentie. ChatGPT kwam namelijk met de stelling: “HR 22 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO5139: visuele dreiging moet voldoende zijn

Die hele uitspraak gaat daar helemaal niet over, het is een uitspraak over betekening en ontvankelijkheid. Dat gaf ik terug aan de chatbot, die braaf zijn fout (h)erkende en zichzelf verbeterde met…. ECLI:NL:HR:2011:BP3839, opnieuw een foute uitspraak, deze gaat over meineed. In de derde poging kwam de tekstbot met twee uitspraken die iets met zwaaien met een mes en met het gooien van een mes te maken hadden. Op zichzelf relevant alleen was de samenvatting door de tekstbot onjuist.

Het is om deze reden dat veel juristen ChatGPT zuchtend terzijde leggen. De analyse klopt en de redenering is redelijk. Maar als de aangehaalde uitspraken niet kloppen, wat kan er dan nog kloppen van de analyse?

Ik ging na wat nu de bronnen zijn voor het advies. Hieronder een dwarsdoorsnede: jurisprudentie van Boom, een webpagina van bedreiging-advocaat.nl, een cursus van Haagrecht Advocaten; aan de bronnen ligt het niet.

Artikelcontent

En toch klopt er geen barst van de ECLI-nrs. Desgevraagd gaf de tekstbot als verklaring:

  • In oudere datasets of secundaire bronnen (zoals samenvattingen in juridische kennisbanken of onvolledig geciteerde uitspraken in AI-trainingsdata) circuleren regelmatig foutieve of niet-officiële ECLI’s. Dat is vermoedelijk de herkomst van deze “spook-ECLI”.

Ik heb zelf nog een andere verklaring, namelijk deze:

  • ChatGPT raadpleegt allerlei HTML-internet-pagina’s, maar deze pagina’s hebben een onzichtbare, voor de tekstbot een lastiger te begrijpen dynamische structuur. Als gevolg daarvan wordt de inhoud en algemene lijn van de jurisprudentie begrepen, maar het ECLI-nummer verhaspeld.

Conclusie: gebruik de chat, maar zorg zelf voor de jurisprudentie en de links. De combinatie met de Nederlandse rechtspraak.nl is nog te onbetrouwbaar. Je kunt beter PDFs van Tekst&Commentaar uploaden en vragen aan je tekstbot om dat als uitgangspunt te nemen.

Hoe gaat ChatGPT om met getuigen en bewijs?

Ik voegde uit de conclusie van de AG het ondersteunend bewijs toe van een speelvriendje van aangever:

Eén van de kinderen met wie aangever aan het spelen was, [betrokkene 1] , verklaart dat de man ineens ergens een groot mes vandaan haalde en daarmee gebaren maakte richting [aangever] Hij begon heftige steekbewegingen te maken richting [aangever] .

ChatGPT reageerde:

Dank, ik verwerk dit nieuwe feit in de juridische redenering en actualiseer het conceptverweer. We blijven binnen het eerder opgezette Chain-of-Thought → Mixture-of-Experts → Chain-of-Draft kader.


🔍 Aanvulling op stap 1: Redeneer in stappen (Chain-of-Thought)

Nieuwe relevante feit:

  • [Betrokkene 1], speelkameraadje van aangever, verklaart dat cliënt ineens een groot mes tevoorschijn haalde en daarmee heftige steekbewegingen richting aangever maakte.

Juridische impact van deze verklaring:

  1. Versterking bewijs van dreiging:
  2. Onafhankelijk getuigenbewijs:
  3. Afstand blijft belangrijk:
  4. Vraag of mes is aangetroffen wordt nog urgenter:

🔎 Update Mixture of Experts beoordeling

  • Strafrechtadvocaat: ziet dat de betrouwbaarheid van de getuige een belangrijk aanknopingspunt wordt voor de verdediging. Is deze verklaring opgenomen op initatief van de politie, of later toegevoegd? Worden er nadere vragen gesteld over de afstand, het tijdsverloop en de aard van de steekbeweging?
  • Processtrateeg: wijst op de noodzaak om de exacte formuleringen in het PV te toetsen. Is er sprake van waarneming op afstand of vanuit nabijheid? Werd het mes daadwerkelijk gezien of wordt dit afgeleid uit de bewegingen?
  • Risicomanagementjurist: de kans op een veroordeling stijgt als deze getuige geloofwaardig wordt geacht. Belangrijk wordt dan de inzet op contextualisering van gedrag (bijv. verward, niet gericht op bedreigen), of een alternatieve lezing van het feitelijke handelen.

📄 Conceptueel verweer – geactualiseerde structuur

I. Feitelijke achtergrond

  • Aangever (12 jaar) zegt dat cliënt op 20–30 meter afstand een stekende beweging met een mes maakte.
  • Een kindvriendje ([betrokkene 1]) bevestigt de waarneming en spreekt van “heftige steekbewegingen”.
  • Verbalisanten bevestigen dat een huilend jongetje naar hen toe kwam met een bijpassend signalement.

II. Juridisch kader

  • Artikel 285 Sr: bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht vereist objectieve dreiging + subjectieve vrees.
  • Rechtspraak (o.a. Rb Rotterdam 2025 en Rb Midden-Nederland 2023) laat zien dat afstand op zichzelf niet doorslaggevend is, maar in samenhang met gedragingen wordt beoordeeld.

III. Beoordeling bewijsmiddelen

  • Getuigenverklaringen bevestigen dat er steekbewegingen zijn gemaakt, maar niet of er daadwerkelijk een mes is gezien of aangetroffen.
  • Afstand van 20–30 meter maakt directe fysieke dreiging minder waarschijnlijk.
  • Onzekerheid over de feitelijke aanwezigheid van een mes.

IV. Verweren

  1. Betwisting mesbezit – geen materieel bewijs dat cliënt een mes had.
  2. Afstand maakt directe dreiging onwaarschijnlijk.
  3. Geen verbaal dreigement – alleen bewegingen, mogelijk verkeerd geïnterpreteerd.
  4. Geen opzet op bedreiging – mogelijk verward gedrag, geen gericht handelen.

V. Conclusie

  • Indien geen mes is aangetroffen: onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor bedreiging met misdrijf tegen het leven gericht.
  • Alternatief: niet strafbaar feitelijk handelen / onvoldoende bewijs van opzet en objectieve dreiging.

🔁 Vervolg

Laat me weten:

  • Is er een mes aangetroffen?
  • Wat heeft cliënt zelf verklaard?
  • Zijn er camerabeelden of andere objectieve bronnen?

Ik voegde nu ook toe een onderdeel dat ik uit het tweede middel haalde:

De politie heeft bij de verdachte in beslag genomen: een multitool en vier messen, waaronder een zilverkleurig vleesmes en een zilverkleurig vouwmes.

ChatGPT reageerde:

Dank, deze aanvulling verandert de inschatting van de bewijspositie aanzienlijk. De aanwezigheid van meerdere messen, waaronder een zilverkleurig vleesmes en een vouwmes, maakt het aannemelijk dat cliënt daadwerkelijk over een potentieel levensgevaarlijk voorwerp beschikte op het moment van de vermeende bedreiging. Hieronder werk ik de juridische analyse bij:


⚖️ Bijgewerkte juridische beoordeling: bedreiging met een mes op afstand

🔎 Feitelijke kern:

  • Aangever (12 jaar) zegt dat cliënt een steekbeweging met een mes maakte in zijn richting.
  • Getuige ([betrokkene 1]) bevestigt deze waarneming en spreekt van “heftige steekbewegingen”.
  • Politie trof bij aanhouding vier messen aan, waaronder een zilverkleurig vleesmes en een zilverkleurig vouwmes.
  • Signalement van verdachte klopte, verbalisant herkende hem ambtshalve.

📚 Juridisch kader (artikel 285 Sr)

Voor een bewezenverklaring van bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht moeten de volgende elementen aanwezig zijn:

  1. Een gedraging die naar objectieve maatstaven bedreigend is.
  2. Een reële vrees bij het slachtoffer voor een ernstig misdrijf (zoals doodslag).
  3. Opzet bij de verdachte op het teweegbrengen van die vrees.
  4. De vrees moet objectief gerechtvaardigd zijn, dus niet alleen subjectief gevoeld.

🧠 Beoordeling in het licht van jurisprudentie

➤ Afstand (20–30 meter)

De afstand blijft een relevant punt van verweer, maar is niet doorslaggevend indien de gedraging voldoende ernstig en doelgericht is. Volgens jurisprudentie (bijv. Rb Midden-Nederland, ECLI:NL:RBMNE:2023:5454) kan zelfs op afstand sprake zijn van bedreiging, mits:

  • het voorwerp zichtbaar is,
  • het gebaar duidelijk bedreigend is, en
  • de omstandigheden het geloofwaardig maken dat geweld kan volgen.

➤ Gedraging

Een “heftige steekbeweging” in de richting van een kind, met een zichtbaar mes, kan als objectief bedreigend worden gekwalificeerd.

➤ Aangetroffen messen

Het aantreffen van meerdere messen na aanhouding versterkt het bewijs aanzienlijk. Het maakt de verklaringen van aangever en getuige concreet en geloofwaardig.


⚖️ Processtrategie: verdediging nu lastiger

❗ Verweren worden zwakker:

  1. Geen mes → kan niet meer gevoerd worden. Vier messen zijn aangetroffen.
  2. Afstand maakt het niet bedreigend → kan nog steeds worden gevoerd, maar wordt door de context van het gedrag en de verklaringen ondermijnd.
  3. Geen opzet → nog mogelijk, maar moeilijk: het gericht maken van heftige steekbewegingen met een mes richting een kind impliceert opzet.

🔄 Strategisch alternatief: bijsturen op gevolg en intentie

Als vrijspraak onhaalbaar lijkt, kan worden ingezet op:

  • Afwezigheid van daadwerkelijke schade of letsel;
  • Geen concrete uitvoeringshandelingen van een geweldsmisdrijf;
  • Emotionele toestand of verward gedrag van cliënt: niet doelgericht bedreigend, maar onsamenhangend of impulsief;
  • Beperkte duur en impact van het incident;
  • Eventueel resocialisatie of hulpverleningstraject aandragen in strafmaatfase.

📄 Geactualiseerde conclusie voor het verweerschrift

De verklaringen van aangever en een objectieve getuige worden nu ondersteund door de vondst van messen bij verdachte. Hierdoor ontstaat een compleet bewijscomplex:

  • Een concrete gedraging (steekbeweging);
  • Gericht op een kind;
  • Met een daadwerkelijk aangetroffen mes in overeenstemming met de beschrijving;
  • Gevolgd door onmiddellijke vlucht en emotionele reactie;
  • Herkenning en aanhouding kort erna.

Vrijspraak op inhoud wordt hierdoor aanzienlijk minder kansrijk. De verdediging moet zich, tenzij er contra-indicaties in het dossier zijn, gaan richten op de ernst, de intentie en het strafdoel.


➤ Actieopties:

  1. Wil je dat ik een volledig verweerschrift of pleitnota opstel op basis van deze gegevens?
  2. Zijn er nog verklaringen van cliënt zelf?
  3. Zijn er relevante gegevens over zijn persoonlijke omstandigheden, voorgeschiedenis of hulpverlening?

Klopt dit advies met de afloop van de zaak?

Ik citeer uit de conclusie:

“Het hof leidt uit deze verklaringen af dat aangever daadwerkelijk met een mes is bedreigd door verdachte. Zijn emoties, die kort na de bedreiging door de agenten gezien zijn, bevestigen de angst die de bedreiging bij hem heeft veroorzaakt. Dat maakt zijn verklaring over de bedreiging betrouwbaar. Die verklaring wordt verder ondersteund door hetgeen zijn vriendje daarover bij de politie heeft verklaard. Het hof hecht vooral waarde aan de in eerste instantie afgelegde verklaringen nu die kort na de bedreiging zijn afgelegd en de herinnering daardoor vers was. Zouden de bedreigingen uitgevoerd zijn (ongeacht of dat daadwerkelijk de bedoeling van verdachte was), dan zou daarmee een reëel risico op het overlijden van aangever bestaan, gelet op de wijze waarop verdachte steekbewegingen heeft gemaakt.”

20-30 meter afstand te groot voor ‘bedreiging tegen het leven gericht?’

Dat was de stelling van de cassatie-advocaten, maar afstand was volgens ChatGPT niet doorslaggevend voor vrijspraak. Idem AG Paridaens:

Anders dan de stellers van het middel aanvoeren, is voor een veroordeling voor bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht niet vereist dat een reëel risico op het overlijden van de aangever heeft bestaan, maar enkel dat bij de aangever in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat deze het leven zou kunnen verliezen. De gedraging, het wijzen en steken met een mes in de richting van iemand waarmee oogcontact wordt gehouden, is zonder meer aan te merken als een gedraging die bedreigend van aard is.

Het hof heeft in dit verband niet onbegrijpelijk vastgesteld dat indien de bedreiging zou zijn uitgevoerd, daarmee een reëel risico op het overlijden van aangever zou hebben bestaan. De enkele omstandigheid dat er 20 à 30 meter afstand was tussen de verdachte en de aangever, maakt nog niet dat bij de 12-jarige aangever in redelijkheid geen vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen.

De emoties van de aangever, die kort na de bedreiging door de agenten gezien zijn, bevestigen volgens het hof de angst die de bedreiging bij hem heeft veroorzaakt. Het kennelijke oordeel van het hof dat bij de aangever in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat deze het leven zou kunnen verliezen, is daarmee niet onbegrijpelijk en is toereikend gemotiveerd.

De Hoge Raad deed de cassatie met een 81.1 RO verkort af.

Wat leert dit over juridisch prompten?

  • Ten eerste is 4o (ik denk mede door mini-updates) best slim geworden.
  • Ten tweede maken chain-of-thought en chain-of-draft-instructies de resultaten inzichtelijker
  • Ten derde: ik zou het experiment moeten herhalen in o3 om te kijken of het resultaat ‘beter’ is dan 4o met o3-elementen erin verwerkt.
  • Ten vierde leert dit dat een skeletprompt al heel goede resultaten kan bieden, maar volgens mij nog steeds onderdoet voor een zelfgeschreven stappenplan en een juridisch redeneerschema. Ik stel hoge eisen aan woordkeus. Exactheid. Wat ik als jurist mis bijvoorbeeld is het strikte juridische kader, de bewoordingen in de dagvaarding, het ophangen aan zinsnede X of paragraaf Y van ECLI:HR:(vul maar in). Het is me daarin net iets te algemeen. Ik geef deze prompt een zesje.
  • Ten vijfde: dat het niet hoger is komt mede door het geknoei met aangehaalde ecli-nummers. Dat ondermijnt op een gigantische manier het vertrouwen in de uitvoer. Doe je eigen jurisprudentie-onderzoek en voer dat in als basis. Laat de chatbot niet in het wild zoeken.
  • Ten zesde: ChatGPT biedt uit zichzelf aan om een volledige pleitnota te schrijven. Doe dat niet. Te ambitieus, dat is eigenlijk de algemene prompt ‘schrijf een argumentatie’ zonder verdere afbakening. Maak aparte prompts voor aparte bouwstenen, deel je eigen werkproces op in losse stukken.
  • En tenslotte: sluit niet je ogen voor wat het wel kan. Dat tweeënhalf jaar na het openstellen van ChatGPT voor het publiek een chatbot nu een houtsnijdende analyse kan maken van een bedreiging op meer dan twintig meter afstand die overeenkomt met wat de AG concludeert over de zaak is een enorme prestatie. Probeer je voor te stellen wat er kan als er nog eens tweeënhalf jaar voorbij is!