In mijn blog van gisteren beschreef ik hoe ik een algemene ‘I’m your personal attorney’-prompt vertaalde naar het Nederlands en losliet op een bedreigingszaak, in ChatGPT 4o. Het sterke van deze advocatenprompt was dat er een vrij complete en kloppende analyse kwam. Het zwakke nog ervan was het correct aanhalen van jurisprudentie.
Deze blog is het vervolg: ik heb de algemene prompt toegespitst op het leerstuk ‘roekeloos rijden’, om uit te testen of ik met aanscherpen van de prompt en een geavanceerdere ChatGPT-o3-versie tot een heel veel beter resultaat kon komen. Van een zesje naar tenminste een acht. Dat lukte. Ik denk dat ik Mr Max Verstappen heb uitgevonden.
Stap 1: een veel betere motor
Ik verzamel uit allerlei losse nieuwsbrieven en LinkedIn-posts voorbeelden van ‘innovatief prompten’: geef drie versies, maak een puntenopsomming, laat het beoordelen door drie virtuele deskundigen – etc. Dat soort ideeën en suggesties werk ik om – tot een prompt. Dus ik heb AI aan de hand van een checklist / prompt zelf laten beoordelen in welke opzichten mijn advocatenprompt verbeterd kon worden. Put a tiger in your tank!
Stap 2: betere remmen
Op dezelfde manier heb ik een juristenprompt gemaakt. Deze prompt kijkt heel kritisch of de prompt die ik wil gaan gebruiken wel juridisch genoeg is. Is het proces specifiek, nauwgezet, verifieerbaar, is er voldoende rem op hallucinaties. Dat leidde tot verdere verfijningen.
Stap 3: stroomlijning
Niemand kan expert zijn in alles en dat geldt ook voor AI. Ik zocht uit de lijst van Anno Huisman met instructie-arresten het afgebakende onderwerp roekeloos rijden. De uitspraken legde ik voor aan ChatGPT, met de opmerking dat het arrest uit 2024 leidend was ten opzichte van 2013 en de conclusies van de AG’s gezaghebbend maar slechts adviserend zijn. De tekstbot analyseerde dat sinds het arrest HR 2024:1405 de lat verschoven is. Wat vroeger “een van de uitzonderlijke gevallen” heette (HR 2013:960) is nu – als het onder artikel 5a valt – haast automatisch roekeloosheid. De tekstbot:
“Buitengewoon onvoorzichtige gedraging + zeer ernstig gevaar = roekeloos” (r.o. 2.8.1). Minder ruimte dus om via motiveringsklachten het etiket roekeloosheid van tafel te krijgen.”
Enige toelichting voor de leek in het verkeersstrafrecht:
- het begrip ‘roekeloos rijden’ werd door de Hoge Raad in een instructie-arrest vrij streng uitgelegd in 2013.
- De wetgever vereenvoudigde veroordeling door in art. 5a Wegenverkeerswet een opsomming op te nemen wat onder roekeloos rijden viel, zoals links rijden, gevaarlijk inhalen, geen voorrang verlenen, te hard rijden enzovoort. Van roekeloosheid is “in elk geval” sprake indien de gedraging tevens een (opzettelijke) overtreding van art. 5a WVW is (opzet moet wel bewezen worden)
- De Hoge Raad heeft de ruimhartiger benadering in 2024 bevestigd in een nieuw instructie-arrest.
Met ChatGPT verwerkte ik de hoofdlijnen van het instructie-arrest uit 2024 in een bulletlist in de prompt. Verder bouwde ik een extra veiligheid in: elke keer dat de prompt opnieuw wordt opgestart verzoekt de AI om de vier documenten (arresten & conclusies) te uploaden zodat de juiste referentie in het actieve geheugen staat, en niet op internet door de tekstbot moet worden opgezocht. Daar ging het steeds mis in de vorige versie.
Casus 1: Vin Diesel
Vervolgens legde ik de eerste uitspraak voor. Dat was ECLI:NL:RBROT:2025:5722: de politie wil buiten heterdaad een man aanhouden maar de bestuurder heeft alle delen van The Fast & The Furious gezien. Dus de kerel scheurt tegen het verkeer in door een straat terwijl de politie op hem schiet, keert op de stoep en scheurt over de stoep de straat weer uit. Even later wordt de verdachte in de omgeving aangehouden. Verhaal: ik zat wel in de auto maar was niet de bestuurder en verder wil ik niks zeggen. Er zijn slechtere films met betere scenario’s, zal ik maar zeggen. 11 dagen gevangenis, geen ontzegging.
Dit was het voorlopig overzicht dat mijn mr. Max Verstappen, AI-advocaat te Zandvoort, maakte:

Goed he!? Max informeerde nog of er camerabeelden waren waarmee de herkenning betwist kon worden, of er een VOA/NFI-snelheidsrapport was en of cliënt vrijspraak of een lagere straf wilde.
Ik heb een aantal verschillende opdrachten gegeven en benaderingen gekozen. Als je Max bijvoorbeeld vraagt om in een notitie uiteen te zetten wat te doen in hoger beroep, is dit het antwoord:
1 Kernfeiten
- Verdachte reed in de nacht van 7 op 8 april 2024 op de Quintstraat (Rotterdam) tegen de rijrichting in en twee maal over het trottoir om aan een politiecontrole te ontkomen.
- Geen letsel of materiële schade.
- Identificatie uitsluitend via meerdere herkennings-pv’s; cliënt bleef zwijgen.
- Rechtbank kwalificeert de gedraging als art. 5a WVW en oordeelt dat daarmee “roekeloosheid” in de zin van art. 175 lid 2 WVW is gegeven; opgelegde straf: 11 dagen gevangenisstraf onvoorwaardelijk, géén rijontzegging.
2 Juridisch toetsingskader

3 Analyse van het vonnis
Toets onder HR 2013
- De rechtbank geeft geen afzonderlijke analyse van het subjectieve element (bewust gevaar).
- Er is geen concrete gevaarzetting (geen slachtoffers, beperkte snelheid).
- Volgens HR 2013-lijn zou deze motivering tekortschieten; uitkomst zou eerder “aanmerkelijk onvoorzichtig” zijn.
Toets onder HR 2024
- De gedraging valt onmiskenbaar onder art. 5a lid 1 onder b en d WVW (spookrijden, rijden over trottoir met ernstig gevaar).
- Opzettelijkheid blijkt uit het negeren van meerdere politie-signalen.
- Roekeloosheid volgt automatisch; rechtbankmotivering voldoet aan nieuwe standaard.
Strafmaat en appelrisico
- Straf (11 dagen ov) is onder LBOM/LOVS-oriëntatie voor roekeloosheid, mede gelet op het ontbreken van rijontzegging.
- Het hof kan de vrijheidsstraf verhogen of alsnog een rijontzegging opleggen; reformatio in peius-verbod geldt niet voor strafmaat.
- Bewijspositie identificatie is voor het hof aannemelijk (meerdere pv’s, geen contra-bewijs). Zwijgen biedt hier weinig verdedigingswaarde.
4 Conclusie
- HR 2013-perspectief: Roekeloosheid is motiveringsmatig twijfelachtig; kans op herkwalificatie naar “aanmerkelijk onvoorzichtig” bestaat.
- HR 2024-perspectief (thans leidend): Roekeloosheid is juridisch juist aangenomen; motiveringsklacht strandt.
- Proces- en strafprocessueel: De door rechtbank opgelegde straf is mild; hoger beroep creëert reëel risico op verzwaarde sanctie (OBM).
- Bewijs: Zonder nieuw materiaal is een vrijspraakstrategie kansarm.
5 Advies
Afzien van hoger beroep verdient sterke overweging.
- Juridisch: nieuwe HR-lijn ondersteunt rechtbankvolgtrekking onverkort.
- Tactisch: huidige straf is licht; appel kan leiden tot hogere detentie en rijontzegging.
- Alleen procederen bij nieuw ontlastend bewijs (bijv. dashcam, alternatieve bestuurder) of zwaarwegend belang cliënt.
Mocht cliënt toch besluiten door te procederen, dan verdient een bekennende, berouwvolle houding aanbeveling om de kans op taakstraf in plaats van onvoorwaardelijke detentie in appel te maximaliseren.
Casus 2: de Ja Marum-zaak
Een Houtense doordrinker heeft een feestje in Groningen en neemt een biertje of tien. Hij neemt een taxi (wijs) naar hotel dat hij heeft geboekt om te overnachten (wijs), stapt toch in zijn auto (niet wijs) en besluit toch naar huis te rijden (dom). Hij botst achterop een auto. 180 uur taakstraf, ontzegging van 15 maanden waarvan een jaar voorwaardelijk. Een boem die met een sisser afloopt, denk ik. De zaak is gepubliceerd als ECLI:NL:RBNNE:2025:1789 en haalde een krantje. Er gebeurt nooit wat in Marum, dus de stad zal wel een week in rep en roer zijn geweest.
In de tenlastelegging staat opgenomen “roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend” maar in het requisitoir oordeelde de officier dat roekeloos of zeer onvoorzichtig niet bewezen kon worden, alleen aanmerkelijk onvoorzichtig.
Tja, dacht ik. Is dat zo? Ik vroeg het mr. Max Verstappen. Hij vatte eerst de zaak voor mij samen, nadat ik het PDF-je had ingevoerd:
- Gedraging: Achteropbotsing A7 bij 120-130 km/u, nagenoeg rechte weg, geen uitwijkmanoeuvre
- Alcohol: Bloed-alcohol 2,04 mg/ml
- Letsel slachtoffer: Vier gebroken ribben, whiplash, 6 dagen opname
- OM-standpunt: Art. 6 bewezen, maar roekeloosheid niet (aanmerkelijk onvoorzichtig)
- Rechtbank: Volgt OM: art. 6, “aanmerkelijk onvoorzichtig”; taakstraf 180 u + OBM 15 mnd (12 vw)
Ik nam het standpunt in van een onafhankelijk jurist in deze zaak en vroeg advies.
1) de verruimde jurisprudentie en de opsomming in art. 5a WVW:
Max schreef terug:
- Overschrijding maximumsnelheid is sinds 2020 pas roekeloos indien opzettelijk in ernstige mate (≥ 50 km/u buiten bebouwde kom).
- Gemeten 120-130 km/u op een traject waar doorgaans 100 km/u geldt: < 30 km/u overschrijding ⇒ niet “ernstige mate”.
- Alcohol ≠ art. 5a-criterium. → De automatische roekeloosheidsdrempel van art. 175 lid 2 WVW mist toepassing.
2) of dit nu “buitengewoon onvoorzichtig” was:
Max schreef terug:
Vergelijk de HR 2024-casus (175–184 km/u, vluchtgedrag, inhaalactie):
- Extreem hogere snelheid (+95 km/u) en bewuste vlucht na politieteken.
- In onze zaak: geen vlucht, rechte autosnelweg, overschrijding ± 20-30 km/u.
- Alcohol 2,04 mg/ml verhoogt gevaar, maar hofjurisprudentie plaatst zware dronkenschap zonder bijkomende risicovolle manoeuvres meestal in de categorie zeer onvoorzichtig i.p.v. buitengewoon onvoorzichtig.
3) in hoeverre bewustzijn van ernstig gevaar kon worden aangetoond:
Max schreef terug:
- Verdachte verklaart dat hij “de Fiat te laat zag” en “niet kon uitwijken”.
- Niets wijst op bewust aanvaarden van levensgevaar bij anderen (geen slalom, door rood, spookrijden). → Het subjectieve element zoals de AG noemt in HR 2024/AG 2024 is dun.
Mr. Max Verstappen kwam tot de volgende uiteindelijke conclusie:
Het OM-standpunt dat roekeloosheid niet bewezen kan worden is juridisch verdedigbaar en waarschijnlijk juist in deze casus.
- Geen art. 5a-overschrijding in “ernstige mate” → automatische koppeling faalt.
- Objectieve ernst (120–130 km/u + BAC 2,04) is hoog, maar niet uitzonderlijk in verkeersrechtspraak.
- Subjectieve component (bewuste aanvaarding van levensgevaar) ontbreekt—verdachte zag auto te laat.
- HR 2024 vergt nog steeds méér dan enkel (relatief) hoge snelheid + alcohol.
Max kan kansen kwantificeren!
Ik heb daarna nog verschillende opdrachten gegeven met interessante resultaten (bijvoorbeeld beargumenteer als hardliner waarom het wél roekeloosheid zou zijn, organiseer een virtueel debat tussen OvJ, advocaat, verkeersdeskundige en reclasseringsambtenaar over deze casus) maar dat zou voor deze blog meer van hetzelfde zijn. Enthousiast werd ik van de mogelijkheid tot het kwantificeren van kansen.
Wat is kwantificeren? Je kunt bijvoorbeeld statistisch vaststellen dat Ajax in 60% van de gevallen ofwel verliest ofwel gelijkspeelt tegen Twente thuis. Je basiskans op winst is dan 40%. Je kunt dat gezien de opstelling, wat er van afhangt, blessures nog naar boven of beneden aanpassen en dan voorspellen dat er voor de komende wedstrijd 52% kans is dat Ajax wint. Zo’n kwantificering is veel harder en beter en toetsbaarder dan een willekeurige ex-voetballer die op TV zegt dat ‘Ajax waarschijnlijk wel zal winnen’. Ik heb de benadering uit het boek/project Superforecasters, waarin een universiteit het concept succesvol toepaste op toekomstige ontwikkelingen in de internationale politiek en in de sport en een groepje ‘zeer betrouwbare voorspellers’ wist te identificeren, gewone, goed geïnformeerde burgers.
Dus ook Max vroeg ik om te kwantificeren. Hij gaf na berekening 55 procent, oftewel een
licht overwicht voor bevestiging “aanmerkelijk onvoorzichtig”,
maar (als het OM in beroep alsnog roekeloosheid zou bepleiten)
reële kans (≈ 45 %) dat het hof – met beroep op HR 2024 en art. 5a – alsnog roekeloosheid aanneemt. De doorslag kan liggen bij (i) hoe expliciet het hof het subjectieve gevaar-bewustzijn motiveert en (ii) of de verdediging overtuigt dat +30 km/u en enkel alcohol niet “buitengewoon onvoorzichtig” genoeg is.
- Roekeloosheid haalbaar? Ja, ~ 45 % kans indien OM in appel actief grieft en hof de HR 2024-lijn streng toepast.
- Verdediging kan via subjectief element + beperkte snelheid de kans wegduwen naar < 30 %, maar heeft sterke contra-expertise nodig.
Zo lees je de 45/50/5 %: een gecalibreerde, empirisch-onderbouwde kansinschatting gebaseerd op jurisprudentie-frequentie, dossierfactoren en procesrechtelijke correcties.
Helaas kon Max zijn kwantificeringen niet onderbouwen…
Nou is 55/45 ongeveer fifty-fifty, dus niet zo’n duidelijk advies en verder wilde ik als kritische gebruiker weten waarop de percentages zijn gebaseerd. Toen werd het interessant. ChatGPT-o3 gaf inzicht in zijn afwegingen:
“Kernantwoord: het zijn gecalibreerde kansbanden, afgeleid uit (i) jurisprudentie‐statistiek, (ii) LOVS-oriëntatiepunten, (iii) de wegingsmethodiek die in verkeersstrafzaken bij de rechter zichtbaar is, en (iv) de specifieke bewijslast in dit dossier. Ze zijn dus niet mathematisch hard, maar berusten op een combinatie van empirische data + juridisch-forensische ervaring.”

Max werkte dat verder uit met dossierspecifieke percentage-aanpassingen:
Als je vervolgens aan Max doorvraagt waar zijn percentages op gebaseerd zijn, dan noemt hij links en eigen onderzoek maar erkent hij erbij dat zijn resultaten niet repliceerbaar zijn. Eén bron was zelfs volledig gehallucineerd, de ‘aanpassing voor eigen kantoordossiers’. De methode is geweldig maar feitelijk slaat Max er vervolgens helaas een slag naar.
Wat bewijst dit over AI in het (straf)recht?
- Dat er toekomst in zit, sterker nog, dat de toekomst al het heden is. Met een goede prompt en een afgebakend juridisch kader kun je op relevante juridische vragen juridische antwoorden krijgen.
- Juristen worden niet overbodig, maar kunnen door het toepassen van een raamwerk veel sneller de relevante feiten uit een dik dossier halen. Minder juristen kunnen in de toekomst sneller meer werk doen.
- Logisch kwantificeren en daardoor expliciteren van kansen is een interessante toekomstige AI optie. Wel zul je daar als gebruiker je tekstbot richtlijnen en handvaten voor moeten geven, zelf door AI laten invullen is niet controleerbaar, net als met jurisprudentie.
- Op dit moment en met deze prompt doen o3 en 4o naar eigen zeggen van ChatGPT weinig voor elkaar onder. De toon is net iets anders. o3 zou iets juridischer zijn. Hallucineren is niet uitgesloten dus blijf controleren en doorvragen!
