Het begon als een gimmick. Een zin in Google Translate leverde ooit steevast een kromme uitkomst op waar menig student of ambtenaar hartelijk om kon lachen. Maar het lachen verging en werd acceptatie. De technologie heeft zich razendsnel genesteld in het dagelijks leven. Op vakantie, bij het lezen van een handleiding of in een gesprek met je Braziliaanse werkster die geen Nederlands spreekt: de digitale vertaler is niet meer weg te denken.
De vraag die dan opduikt is onvermijdelijk: als wij AI-vertalers zonder aarzeling thuis, in de supermarkt of aan de Costa Blanca gebruiken, wat gebeurt er zodra diezelfde tools de rechtszaal binnenkomen?
Een harde afwijzing in 2010
In den beginne, in de tijd van Genesis zogezegd, was de toon streng. In 2010 oordeelde de rechtbank Dordrecht dat een dagvaarding nietig was omdat de begeleidende Google Translate-vertaling voor een Russischtalige verdachte vol fouten zat. Zo werd “voorkomen” (in de zin van verschijnen) vertaald als “verhinderen”, en “stukken” als “stukjes”.
De tolk merkt op dat de tekst die de politierechter haar voorlegt, Russisch is, maar dat de zinsbouw niet klopt, dat soms een woord ontbreekt en dat de letter I in het Russisch niet bestaat. Zij vertaalt de tekst als volgt in het Nederlands: u moet zijn 3 augustus 2010 voorkomen [in de betekenis van ‘(ver)hinderen’] de rechtbanken daarvoor voor wat vandaag gebeuren [dat wil zeggen: een gedeelte van dit werkwoord staat er]. dat zijn stukjes [in de betekenis als bij stukjes kaas of eventueel stukjes tekst, in elk geval niet ‘stukken’ in de betekenis van ‘documenten’] die u zopas meegenomen [of: gekregen] hem. U mag hier [‘weg’ staat er niet].
De politierechter vraagt de tolk of zij inschat dat een gewone Rus die dit leest daar desondanks uit zou afleiden dat hij op 3 augustus 2010 in een rechtbank moet zijn.
De tolk antwoordt dat er een datum in de tekst staat en dat er over rechtbanken wordt gesproken, maar dat er geen ‘vóórkomen’ in de betekenis van ‘verschijnen’ staat, maar ‘voorkómen’ in de betekenis van ‘(ver)hinderen’. Haars inziens zou een gewone Rus uit de tekst veeleer opmaken dat de rechter op 3 augustus 2010 verhinderd is.
De rechter sprak van een “onprofessionele vertaling” die het recht op een eerlijk proces raakte. Het gevolg: nietigheid van de dagvaarding (Rb. Dordrecht, 3 augustus 2010, ECLI:NL:RBDOR:2010:BN3396).
De eerste barstjes in het verbod
Maar de afgelopen jaren begint het beeld te kantelen. Rechters kijken niet langer uitsluitend naar de techniek, maar vooral naar de context: waarvoor wordt de vertaling ingezet, hoe groot is het risico en kan de boodschap worden geverifieerd?
Een voorbeeld is de woonfraudezaak bij de Haagse Pandbrigade. Inspecteurs vroegen bewoners via Google Translate om simpele toelichtingen op de woonsituatie. De rechtbank Den Haag vond dit toelaatbaar (Rb. Den Haag, 28 oktober 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:17540). De antwoorden werden bovendien ondersteund door foto’s, waardoor het rapport niet onzorgvuldig tot stand was gekomen. In hoger beroep bevestigde de Raad van State deze pragmatische lijn (ABRvS, 6 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3706).
Toestemming via Google Translate
Nog duidelijker wordt de verschuiving in een strafzaak bij de rechtbank Rotterdam. De politie vroeg een Franstalige verdachte via Google Translate om toestemming voor een doorzoeking van zijn auto. De zinnen waren kort en ondubbelzinnig: “Mogen wij uw voertuig doorzoeken?” en “De doorzoeking is vrijwillig en u kunt weigeren.” De verdachte stemde toe en bevestigde later tijdens zijn verhoor dat hij die toestemming inderdaad had gegeven. De rechtbank oordeelde dat de doorzoeking rechtmatig was (Rb. Rotterdam, 13 juni 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:9701).
Het succes zat in de eenvoud en de verifieerbaarheid: simpele taal, visueel getoond op het scherm, en later bevestigd.
De rem in het vreemdelingenrecht
Niet overal wordt het gebruik van Google Translate aanvaard. In een vreemdelingenzaak bij de rechtbank Den Haag stelde de IND dat een asielzoeker het verhoor in het Engels had kunnen volgen. Toch bleek uit een taalassessment dat zijn Engelse vaardigheid beperkt was. De AVIM had bovendien “een enkele keer” Google Translate nodig om zich verstaanbaar te maken. Voor de rechtbank was dit reden om te oordelen dat het verhoor onvoldoende zorgvuldig was en dat de motivering van het besluit tekortschoot (Rb. Den Haag, 18 februari 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:1204).
Deze uitspraak laat zien dat zodra de communicatie de kern van de rechtspositie raakt, de lat veel hoger ligt. Een digitale vertaler mag nooit het verschil maken tussen wél of níet begrepen worden in een procedure die iemands toekomst bepaalt.
De rechter die zelf vertaalde
De meest opvallende ontwikkeling is misschien wel dat een rechtbank zélf Google Translate gebruikte. In een familierechtzaak over een Iraakse bruidsgave vermeldde de rechtbank Midden-Nederland dat zij een relevant wetsartikel uit het Iraakse recht “met google translate uit het Engels” had vertaald en die versie mede ten grondslag legde aan haar oordeel (Rb. Midden-Nederland, 20 augustus 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:4625).
Voor het eerst zien we een rechter openlijk erkennen dat de digitale vertaler niet alleen door partijen of autoriteiten wordt ingezet, maar ook door de rechtspraak zelf als hulpmiddel. Transparantie in optima forma.
Waar ligt de scheidslijn?
De rechtspraak laat zich lezen als een schuivend spectrum. Aan de ene kant: de harde grens waar fundamentele procesrechten in het spel zijn. Daar blijft de beëdigd vertaler onmisbaar. Aan de andere kant: de eenvoudige, feitelijke interacties waar de risico’s beperkt zijn en verificatie mogelijk is. Daar wordt AI voorzichtig toegelaten.
- Bij dagvaardingen of kennisgevingen met zware rechtsgevolgen is de rechter onverbiddelijk (Dordrecht 2010).
- Bij inspecties en toestemmingsvragen gaat het wél, mits de communicatie eenvoudig en controleerbaar is (Den Haag 2024, RvS 2025, Rotterdam 2025).
- Bij juridisch complexe documenten blijft de lat hoog. Een zaak bij de Hoge Raad toonde dat een door een advocaat zelf via Google Translate vertaalde leaseovereenkomst “weinig houvast” bood en onvoldoende was als bewijs (Conclusie P-G, 8 maart 2022, ECLI:NL:PHR:2022:198).
- Bij verhoren die direct de rechtspositie raken, weegt zorgvuldigheid zwaar. Een gebrekkig taalniveau kan niet worden opgevangen met een paar Google Translate-zinnen (Rb. Den Haag 2022)
Wat betekent dit voor de praktijk?
Voor advocaten, officieren en rechters tekent zich een patroon af. AI-vertaling wordt niet langer a priori afgewezen. Het gebruik wordt getoetst op functie en risico.
Eenvoudige, feitelijke vragen? Mogelijk. Ondersteund bewijs en verifieerbaarheid? Sterker. Procesrechten en formeel bewijs? Niet via Google Translate.
De rode draad: hoe groter de juridische inzet, hoe hoger de eisen.
Een blik vooruit
Als de kwaliteit van AI-vertalers blijft verbeteren – en dat doet ze met rasse schreden – dan verschuift de drempel verder. Het moment dat rechters op vakantie met hun smartphone probleemloos een gesprek voeren via een AI-tolk, is misschien dichterbij dan we denken. En als die ervaring eenmaal vanzelfsprekend is in het dagelijks leven, zal de rechtszaal niet achterblijven.
De trend is nog pril, maar zichtbaar: een voorzichtige tendens om AI-vertalingen toe te staan bij eenvoudige interacties. De Raad van State bevestigt die lijn, de rechtbank Rotterdam past hem toe in een strafzaak, en de rechtbank Midden-Nederland gebruikt zelf de digitale vertaler.
Slot: de vakantieproef
Het beeld is dus helder: rechters zijn voorzichtig, maar de eerste deur staat op een kier. AI-vertaling mag meepraten, zolang het simpel blijft en zolang er een vangnet is.
En eerlijk gezegd: als een rechter straks op zijn zomervakantie in Andalusië moeiteloos met de ober bestelt via zijn telefoon, of met een taxi-app in Bangkok een route uitstippelt, hoe houd je dan nog vol dat dezelfde technologie in de rechtszaal taboe is?
De vraag is niet óf AI-tolken hun plek krijgen, maar hoe lang we het nog volhouden om te doen alsof de rechtszaal een eiland is. Misschien is de echte lakmoesproef niet de jurisprudentie, maar het moment waarop de rechter na zijn vakantie denkt: als het op mijn terras werkte, waarom dan niet in mijn zittingszaal?
Toevoeging: ik heb dit gehele artikel met AI geschreven. Het was mijn idee. Ik heb er de jurisprudentie bij gezocht. De lijn in de jurisprudentie heb ik laten uitzoeken door Google Notebook. Die is goed in wetenschappelijk brononderzoek. De vrij droge analyse heb ik door ChatGPT laten omzetten naar dit blogartikel. Ik vond de manier van schrijven nog steeds robotachtig, dus ik heb ChatGPT mijn schrijfstijl laten analyseren. Dat leidde tot een Jurjen-Boorsma-stijlprompt. Na toepassing van die prompt maakte ChatGPT dit artikel. Ik heb een paar kleine eindredactionele wijzigingen gedaan, maar 99,5% is nog steeds ChatGPT. Het maken van het artikel kostte me ongeveer een half uur.
