Amsterdam
april 26, 2026
11 11 11 AM

Stel AI voor rechtenstudenten verplicht!

Met het stomste van de stomme verbazing las ik het vlammende betoog “Lever de rechtsstaat niet uit aan ChatGPT: verbied AI aan de juridische faculteit”. Ik ben al ongeveer veertig jaar jurist. Ik vind dat AI de beste bijdrage is aan de rechtsgeleerdheid sinds de uitvinding van de boekdrukkunst.

Het hele betoog van docenten Van Laarhoven en Van Vugt rust op een opzichtige drogreden: de drogreden van het hellend vlak. Roken moet verboden worden want anders rookt straks iedereen cocaïne. AI moet op universiteiten verboden worden want anders is onze rechtsstaat straks in handen van Big Tech-autocraten en obscure algoritmes. Niet alleen ik vond dit onzin, mijn ChatGPT-chatbot aan wie ik het stuk voerde ook. De chatbot vond in tien seconden tien drogredeneringen, variërend van ‘hellend vlak’ tot ‘pathos zonder logos’, en kon iedere drogredenering aantonen met een broncitaat. Ik vond dat best intelligent, hoewel kunstmatig.

In het analyseren van onzin en het uitwisselen van argumenten helpt AI dus, kunnen we met dit voorbeeld vaststellen. Het leidende idee van deze twee AI-haters is dat chatbots leiden tot sluipende stompzinnigheid, tot een soort geestelijk gehandicapte juristen die zich zullen voegen naar The Matrix en Darth Vader uit Star Wars.

Laat ik hen uit de droom helpen: advocatuur is geen beroep, het is een state of mind. Het is een strijd tegen de algoritmes die er toch al zijn en die veel bepalender zijn dan een chatbotje: de richtlijn, het procedurevoorschrift, de knellende interpretatie van de Hoge Raad of gewoon het vooroordeel van die o zo hoogopgeleide rechter die o zo verkokerd redeneert. Een diploma in de rechtsgeleerdheid is slechts een bewijs van volhardendheid: het is geen getuigschrift van wijsheid.

Ik heb in mijn juridische functies eindeloos veel dikke dossiers voorbij zien komen die ik moest uitpluizen waardoor ik ofwel een heleboel tijd kwijt was met tijdlijnen en citaten; ofwel waarin ik zuinig met mijn tijd om moest gaan en maar een deel van het dossier kende.

In het eerste geval wint doorgaans de partij die de meeste juristen de langste tijd op dit dikke dossier kan zetten en de meeste details kan vinden.

In het tweede geval moet je als advocaat maar hopen dat je juiste delen van het dossier kent en het niet over de rest gaat.

AI is in deze gevallen de oplossing. Ik ben vooral blij met de tijdlijnen die het kan genereren waardoor je sneller de hoofdlijn ziet. Ik zou ook blij zijn met een AI-zoekmachine die veel beter dan mijzelf jurisprudentie doorzoekt, vooral EU-jurisprudentie waar ik nooit goed aan toe kom.

Ik denk dat ik daardoor een beter jurist zou zijn, beter voorbereid op zitting, die dieper en beter in het dossier zit. Van de AI-docent stel ik me ook veel voor: iemand die me over belangrijke leerstukken kan overhoren. De advocaat die dankzij AI niet in één, maar in tien dikke dossiers feilloos drogredenen vindt is een geduchte advocaat. Zo’n advocaat wil ik zijn.

Ondertussen ben ik niet blind voor de zwakke kanten. AI wordt nooit een echte jurist. Het is wat Excel voor accountants is: je hoeft niet meer te hoofdrekenen, maar je kunt wel scherper en sneller de boeken controleren.

Dus verbied het niet op faculteiten, stel het verplicht: wie niet met internet, een smartphone en trouwens ook niet met AI wil omgaan, leeft onder een steen. En dat zijn juist de juristen die we niet moeten hebben.