Dit is het vierde artikel in een serie. Ik laat een uitspraak over een schietpartij met voorbedachte rade na een verkeersruzie met dezelfde geavanceerde prompt analyseren door ChatGPT en door verschillende legal chatbots. Eerder publiceerde ik over generiek ChatGPT en Saga. Onderstaande resultaten zijn verkregen in de tweede week van december 2025.
Andri geeft in reactie op mijn prompt een helder schema aangevuld met jurisprudentie. Door Andri aangehaalde jurisprudentie, onder meer:
- Gerechtshof Amsterdam 14 november 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:4896: betreft een zwakzinnige man die plotseling driftig wordt in een ruzie met zijn partner. Pakt stiletto en steekt het slachtoffer daarmee op drie verschillende momenten in totaal ruim twintig keer. “Het slachtoffer vluchtte voor haar leven en smeekte om hulp, maar de verdachte liet haar niet ontkomen en heeft de daad waaraan hij was begonnen op een genadeloze wijze afgemaakt.” In appèl geen moord maar doodslag. Vind ik niet direct vergelijkbaar
- Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 25 januari 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:154: antisociale cocaïneverslaafde die met knuppel naar huis opponent gaat en hem in de deuropening zwaar mishandelt. Geen voorbedachte raad bewezen.
- Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 18 februari 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:572: Meisje komt thuis met verhaal dat ze door een man misbruikt is. Drie mannelijke familieleden pakken messen en gaan deze man opzoeken bij zijn huis. Conflict. Slachtoffer pakt mes af van dader, dader pakt mes terug. Daders steken slachtoffer vervolgens dood. Geen moord maar doodslag, het Hof kan niet uitsluiten dat ze het slachtoffer met messen wilden dwingen om naar de politie te gaan maar dat het ter plaatse uitmondde in een steekpartij.
- Gerechtshof Amsterdam 14 november 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:4896: Man zegt in café tegen zijn vriendin na ruzie: “als je thuis komt steek ik je kapot”. Hij gaat naar hun gezamenlijke woning. Vrouw komt later bij huis. Ze trapt haar vriend in zijn kruis. Hij pakt een mes en steekt haar. Als hij bij zijn positieven is, belt hij de politie en ambulance.
Ik legde ook aan Andri de vraag voor of de combinatie van doorladen en na uitstappen gericht op het hoofd schieten geen aanwijzing voor een moordplan was. Reactie: de straf is gemiddeld tot lager dan gemiddeld, gezien jurisprudentie die als benchmark is gebruikt,
Conclusie: objectieve aanwijzing ≠ bewijs
| Factor | Status |
|---|---|
| Doorladen + gericht schieten | Objectieve aanwijzing voor voorbedachte raad |
| Contra-indicaties (vernedering, krenkbaarheid, groepsdynamiek) | Kunnen zwaarder wegen (HR-jurisprudentie) |
| Rechtbank weging | Niet gemaakt (“niet gebleken” terwijl zelf erkend) |
Uw argument voor het Hof:
“De rechtbank neemt aan dat doorladen = voornemen. Maar ECLI:NL:RBZWB:2023:1365 toont dat doorladen na een emotionele trigger juist kan duiden op gemoedsopwelling, niet op kalm beraad. ECLI:NL:GHSHE:2018:319 toont dat zelfs een genadeschot in het hoofd voorbedachte raad niet bewijst als de beslissing kort voor uitvoering werd genomen.”
Andri gaf een beargumenteerd standpunt over de strafmaat: gemiddeld of lager dan gemiddeld. Andri baseert dit op een aangehaald onderzoek in ECLI:NL:RBROT:2020:11744 (Rechtbank Rotterdam, 18 december 2020).
Conclusie resultaten Andri
Andri geeft bruikbare resultaten. Ik vind de jurisprudentie goed in de richting, hoewel je kunt discussiëren of het wel voldoende overlapt, elke zaak staat op zichzelf en relatiegeweld is wat anders dan deze zinloze verkeersruzie. Het strafmaatadvies is uitstekend beargumenteerd.
⚖️ FASE A – DIVERGENT BRAINSTORM
Nu het volledige vonnis beschikbaar is, analyseer ik systematisch alle mogelijke contra-indicaties voor voorbedachte raad.
📋 FACTISCHE ONTLEDING VONNIS
Chronologie 23 juni 2024
| Tijd | Gebeurtenis | Bron |
| ~19:00u | Verkeersruzie; Slachtoffer 7 slaat Verdachte met glazen fles | “Vervolgens heeft er omstreeks 19:00 uur een verkeersruzie plaatsgevonden (…) waarna [slachtoffer 7] met een glazen voorwerp tegen het gezicht van [verdachte] heeft geslagen.” |
| 19:04u | Foto bloedend gezicht | “[verdachte] heeft om 19:04 uur met zijn telefoon een foto gemaakt waarop te zien is dat er bloed zit onder zijn rechter en linker mondhoek.” |
| Kort daarna | Verdachte vraagt wapen terug, laadt door | “[verdachte] zei kort na het instappen tegen [medeverdachte 3] dat hij zijn vuurwapen terug wilde. [medeverdachte 3] heeft het wapen aan [verdachte] overhandigd en vervolgens heeft [verdachte] het wapen doorgeladen.” |
| ~15 min | Zoektocht naar slachtoffer | “Zij reden gezamenlijk in de Ford Fiësta eerst naar de Albert Heijn XL in Woensel. Daarna zijn zij naar het Henri Dunantpark gereden. De zoektocht heeft ongeveer een kwartier geduurd.” |
| ~19:40u | Schietpartij; slachtoffer overlijdt | “Binnen enkele seconden schiet [verdachte] het slachtoffer [slachtoffer 7] op korte afstand door zijn hoofd.” |
Rechtbank: bewijs voorbedachte raad
De rechtbank baseert voorbedachte raad op:
“Naar het oordeel van de rechtbank blijkt hieruit dat [verdachte] enige tijd heeft gehad om zich te beraden en na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. Tussen de verkeersruzie en het doodschieten van het slachtoffer zit ruim een half uur en de vier verdachten hebben minimaal vijftien minuten naar het slachtoffer gezocht.”
“De rechtbank neemt het moment waarop [verdachte] het vuurwapen op zijn verzoek weer in handen krijgt en het doorlaadt als het moment waarop bij hem het voornemen is ontstaan om het slachtoffer dood te schieten. Het doorladen van een vuurwapen is alleen nodig om vervolgens een kogel af te kunnen vuren. Dat het ook op het moment van doorladen al de bedoeling van [verdachte] was om het slachtoffer dodelijk te treffen, maakt de rechtbank op uit de wijze waarop vervolgens door hem is gehandeld.”
Cruciale conclusie rechtbank:
“Met de officieren van justitie is de rechtbank van oordeel dat van contra-indicaties niet is gebleken.”
🧠 BRAINSTORM: ALLE MOGELIJKE CONTRA-INDICATIES
Categorie 1: VERNEDERING/EMOTIE
| # | Contra-indicatie | Bron in vonnis | Type |
| 1 | Gewelddadige belaagd-zijn (geslagen met glazen fles) | “Tot slot houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte kort voor de moord op gewelddadige wijze is belaagd door het latere slachtoffer.” | [I] Intentie |
| 2 | Vernedering (bespuugd, uitgelachen) | “Uit dit gesprek blijkt namelijk dat [verdachte] zich vernederd voelde en wraak wilde nemen omdat het slachtoffer hem geslagen, bespuugd en uitgelachen had.” | [I] Intentie |
| 3 | Fysieke pijn (bloedend gezicht) | Foto 19:04u | [B] Bewijs |
| 4 | “Directe aanleiding” | “Dit was voor verdachte de directe aanleiding tot zijn handelen.” | [T] Tekst |
| 5 | Onderscheidt zich van liquidaties | “In die zin onderscheidt deze moord zich van bijvoorbeeld liquidaties en andere, zorgvuldig voorbereide en geplande moorden.” | [T] Tekst |
Categorie 2: PRO JUSTITIA / PSYCHOLOGIE
| # | Contra-indicatie | Bron in vonnis | Type |
| 6 | Verhoogde krenkbaarheid | “Het is denkbaar dat [verdachte] verhoogde krenkbaarheid een rol gespeeld heeft en dat zijn regulerende vermogens in een situatie met krenking onder druk hebben gestaan.” | [B] Bewijs |
| 7 | Regulerende vermogens onder druk | Idem | [B] Bewijs |
| 8 | Geen eenduidig antwoord deskundigen | “Indien het (mede)plegen van moord c.q. doodslag bewezen wordt verklaard, kunnen onderzoekers geen eenduidig antwoord formuleren ten aanzien van de doorwerking en de mate van toerekenen.” | [B] Bewijs |
| 9 | Twee scenario’s mogelijk | “Het is echter ook mogelijk dat er sprake is geweest van een instrumentele en doordachte actie, al dan niet binnen de context van een crimineel milieu. Daardoor is zowel een scenario met enige doorwerking van psychopathologie als een scenario zonder doorwerking mogelijk.” | [P] Precedent |
| 10 | Persoonlijkheidsproblematiek | “[verdachte] is een op dit moment negentienjarige jongeman van Afghaanse afkomst bij wie sprake is van persoonlijkheidsproblematiek. Op gedragsniveau zien onderzoekers antisociale en narcistische kenmerken.” | [B] Bewijs |
Categorie 3: LEEFTIJD/ONTWIKKELING
| # | Contra-indicatie | Bron in vonnis | Type |
| 11 | Leeftijd 19 jaar | “Wel ziet de rechtbank aanleiding om rekening te houden met de jonge leeftijd van verdachte. Hij heeft de feiten gepleegd in de periode rond zijn negentiende verjaardag.” | [T] Tekst |
| 12 | Onvoltooide ontwikkeling | “Gelet op deze jonge leeftijd en daarom onvoltooide ontwikkeling kan hij niet op geheel gelijke wijze als een oudere volwassene verantwoordelijk worden gehouden voor zijn handelen.” | [T] Tekst |
Categorie 4: GROEPSDYNAMIEK
| # | Contra-indicatie | Bron in vonnis | Type |
| 13 | 4 personen in auto | “[medeverdachte 1] was de bestuurder van de auto, [verdachte] de bijrijder, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zaten achterin de auto.” | [B] Bewijs |
| 14 | Geen solo-reflectiemoment | Verdachte was nooit alleen tijdens zoektocht | [I] Intentie |
| 15 | Groepsdruk/dynamiek | 4 personen, allemaal gewapend | [P] Precedent |
Categorie 5: ONVOORZIENE TRIGGER
| # | Contra-indicatie | Bron in vonnis | Type |
| 16 | Oorspronkelijk ander plan (horlogediefstalsplan) | “Op zondag 23 juni 2024 hadden [verdachte], [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] het plan een horloge te gaan stelen van de eigenaar van een telefoonwinkel in de Kruisstraat in Eindhoven. (…) Iets voor 19:00 uur kwamen [verdachte] en [medeverdachte 1] bij de telefoonwinkel aan en zagen dat de winkel al was gesloten.” | [B] Bewijs |
| 17 | Wapen al beschikbaar voor ander doel | “[medeverdachte 3] had voor dit doel een vuurwapen gekregen van [verdachte].” | [B] Bewijs |
| 18 | Verkeersruzie onvoorzien | Geen maandenlange escalatie | [I] Intentie |
Categorie 6: BEWIJS/METHODOLOGIE
| # | Contra-indicatie | Bron in vonnis | Type |
| 19 | OVC-gesprek 71 dagen later (1 sept 2024) | “Het OVC gesprek in de PI Zeist van 1 september 2024 past bij de feitelijke vaststellingen van de rechtbank waaruit blijkt dat [verdachte] met voorbedachten rade heeft gehandeld.” | [B] Bewijs |
| 20 | Retrospectieve reflectie ≠ voornemen ten tijde | OVC is achteraf-verklaring | [T] Tekst |
| 21 | Rechtbank kan niet vaststellen wat medeverdachten wisten | “Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat [medeverdachte 2] heeft gezien dat het wapen in de auto aan [verdachte] werd overhandigd. Verder kan niet worden vastgesteld dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hebben gezien of gehoord dat het wapen toen door [verdachte] is doorgeladen.” | [B] Bewijs |
Categorie 7: INNERLIJKE TEGENSTRIJDIGHEID VONNIS
| # | Contra-indicatie | Type |
| 22 | Rechtbank erkent “directe aanleiding” maar gebruikt dit alleen strafmatigerend | [T] Tekst |
| 23 | Rechtbank erkent “onvoltooide ontwikkeling” maar gebruikt dit alleen strafmatigerend | [T] Tekst |
| 24 | Rechtbank erkent “onderscheidt zich van liquidaties” maar oordeelt toch moord | [T] Tekst |
| 25 | Rechtbank zegt “geen contra-indicaties gebleken” maar noemt er zelf meerdere | [T] Tekst |
🔍 EERSTE SELECTIE: STERKTE-ANALYSE
| # | Contra-indicatie | Juridische sterkte | Precedent-support | Bewijs in dossier |
| 1-5 | Vernedering/belaagd-zijn | ⭐⭐⭐⭐⭐ | ECLI:NL:GHAMS:2017:4896 | Rechtbank erkent zelf |
| 6-10 | Pro Justitia krenkbaarheid | ⭐⭐⭐⭐ | ECLI:NL:GHSHE:2021:154 | Pro Justitia rapport |
| 11-12 | Leeftijd/ontwikkeling | ⭐⭐⭐ | Beperkt | Rechtbank erkent zelf |
| 13-15 | Groepsdynamiek | ⭐⭐⭐⭐ | ECLI:NL:GHSHE:2015:572 | Feitelijk vastgesteld |
| 16-18 | Onvoorziene trigger | ⭐⭐⭐⭐ | ECLI:NL:GHSHE:2015:572 | Feitelijk vastgesteld |
| 19-21 | OVC-timing | ⭐⭐⭐ | Methodologisch | 71 dagen na feit |
| 22-25 | Innerlijke tegenstrijdigheid | ⭐⭐⭐⭐⭐ | – | Vonnis zelf |
⚖️ FASE B – CONVERGENT VALIDATIE
📊 TOP 3 GESELECTEERDE CONTRA-INDICATIES
| Rang | Idee | Type | Score | Kernargument |
| 🥇 | Vernederingsaspect | [I] + [P] + [T] | 10/10 | Rechtbank erkent “directe aanleiding” maar gebruikt dit ALLEEN strafmatigerend, niet bij kwalificatie |
| 🥈 | Pro Justitia krenkbaarheid | [B] + [P] | 9/10 | Deskundigen noemen “verhoogde krenkbaarheid, regulerende vermogens onder druk” – rechtbank bespreekt dit NIET bij voorbedachte raad |
| 🥉 | Groepsdynamiek + onvoorziene trigger | [B] + [P] | 8.5/10 | 4 personen in auto (geen solo-reflectie) + verkeersruzie onvoorzien + wapen voor ander plan |
🎯 B1 + B2 + B3: UITWERKING TOP 3
⭐ #1: VERNEDERINGSASPECT ALS CONTRA-INDICATIE
B1: Juridische onderbouwing
Wettelijk kader:
Art. 289 Sr “Hij die opzettelijk en met voorbedachten rade een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan moord, gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de vijfde categorie.”
Leidend precedent Hoge Raad:
ECLI:NL:HR:2016:1520 “Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel ‘voorbedachte raad’ moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling (…) De vaststelling dat de verdachte voldoende tijd had om zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit vormt weliswaar een belangrijke objectieve aanwijzing dat met voorbedachte raad is gehandeld, maar behoeft de rechter niet ervan te weerhouden aan contra-indicaties een zwaarder gewicht toe te kennen. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de omstandigheid dat de besluitvorming en uitvoering in plotselinge hevige drift plaatsvinden, dat slechts sprake is van een korte tijdspanne tussen besluit en uitvoering of dat de gelegenheid tot beraad eerst tijdens de uitvoering van het besluit ontstaat.”
Precedent met exacte match:
ECLI:NL:GHAMS:2017:4896 “Het hof acht het allereerst aannemelijk dat de aanleiding voor het gewelddadige handelen van de verdachte was gelegen in een ruzie die zich, voor de verdachte, in de relationele sfeer bevond. Op grond hiervan is het zeer wel mogelijk dat de verdachte heeft gehandeld vanuit een plotselinge hevige drift.”
Resultaat: Rechtbank veroordeelde moord → Hof Amsterdam: doodslag (geen voorbedachte raad bewezen).
Toepassing op uw zaak:
De rechtbank Eindhoven erkent zelf het vernederingsaspect:
“Tot slot houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte kort voor de moord op gewelddadige wijze is belaagd door het latere slachtoffer. Dit was voor verdachte de directe aanleiding tot zijn handelen.”
Én:
“In die zin onderscheidt deze moord zich van bijvoorbeeld liquidaties en andere, zorgvuldig voorbereide en geplande moorden.”
JURIDISCHE FOUT: De rechtbank gebruikt deze feiten alleen bij strafmaat (“Ook dit aspect weegt de rechtbank mee bij het bepalen van de op te leggen straf.”), maar niet bij de kwalificatie moord vs. doodslag.
Dit is innerlijk tegenstrijdig: als de feiten relevant zijn voor strafmaat (wegens impact op verdachte), zijn ze óók relevant voor de vraag of verdachte kalm kon beraden.
B2: Debate
(a) Verdediging:
“De rechtbank maakt een fundamentele methodologische fout. Zij erkent letterlijk dat verdachte ‘op gewelddadige wijze is belaagd’ en dit ‘de directe aanleiding tot zijn handelen’ was. Vervolgens concludeert zij dat deze moord ‘zich onderscheidt van liquidaties’. Maar dan kan het geen moord zijn!
ECLI:NL:GHAMS:2017:4896 toont dat precies dit patroon (relationele krenking + boosheid) moet leiden tot doodslag, niet moord. In dat arrest oordeelde het Hof Amsterdam dat de verdachte ‘zeer wel mogelijk heeft gehandeld vanuit een plotselinge hevige drift’.
Uw zaak heeft sterkere contra-indicaties:
- ECLI:NL:GHAMS:2017:4896: ruzie in relationele sfeer
- Uw zaak: fysieke aanval (geslagen, bloedend), vernedering (bespuugd, uitgelachen)
Het OVC-gesprek bewijst de emotionele toestand:
“Hij heeft me geslagen. Hij heeft op me gespuugd. Alles. (ntv) Als hij me niet had geslagen, had ik het niet gedaan, snap je?”
De rechtbank concludeert: ‘van contra-indicaties niet gebleken’. Maar de rechtbank heeft deze contra-indicaties zelf vastgesteld en erkend! De juridische fout: ze weegt ze niet bij voorbedachte raad.“
(b) OM:
“De rechtbank heeft deze omstandigheden meegewogen maar terecht geconcludeerd dat ze niet opwegen tegen de objectieve aanwijzingen. Verdachte had 15 minuten zoektocht, tijdens welke hij het wapen doorlaadde. Hij organiseerde de confrontatie.
Vernedering verklaart emotie, niet voorbedacht handelen. Het feit dat verdachte boos was, sluit voorbedachte raad niet uit. Verdachte keerde kalm terug (medeverdachten bellen, wapen regelen, zoeken), schoot gericht in het hoofd.
ECLI:NL:GHAMS:2017:4896 betrof een directe confrontatie (ruzie → direct steken). Hier: 30+ minuten tussen aanval en schot.“
(c) Repliek verdediging:
“Het OM mist het cruciale punt. ECLI:NL:HR:2016:1520 stelt expliciet dat ‘voldoende tijd’ weliswaar een ‘belangrijke objectieve aanwijzing’ is, maar de rechter er ‘niet van behoeft te weerhouden aan contra-indicaties een zwaarder gewicht toe te kennen’.
ECLI:NL:GHSHE:2015:572 (Hof Den Bosch) toont een exacte parallel:
“Hoewel het meenemen van de messen uit de woning en het op zoek gaan naar het latere slachtoffer aanwijzingen zouden kunnen vormen dat is gehandeld met voorbedachte raad, is het hof met de advocaat-generaal en de verdediging van oordeel dat in het onderhavige geval onvoldoende is komen vast te staan dat de verdachte bij zijn vertrek uit de woning of in de periode tot aan het moment van de confrontatie met [slachtoffer] het plan heeft gehad om hem van het leven te beroven.”
Resultaat: Rechtbank 15 jaar moord → Hof 10 jaar doodslag.
Het Hof accepteerde dat verdachten die met messen op zoek gingen naar iemand die hun zusje zou hebben misbruikt, tóch in een ‘ogenblikkelijke gemoedsopwelling’ handelden bij de confrontatie. Uw zaak is vergelijkbaar: wapen al beschikbaar, zoektocht, maar de rechtbank kan niet uitsluiten dat de confrontatie tot gemoedsopwelling leidde.“
B3: Risicocheck
| Factor | Beoordeling |
| Haalbaarheid | ZEER HOOG – Rechtbank erkent feiten zelf |
| Bewijs gaps | GEEN – OVC-gesprek, strafmotivering |
| Procesrisico | ZEER LAAG – Precedenten GHAMS, GHSHE |
⭐ #2: PRO JUSTITIA KRENKBAARHEID-SCENARIO
B1: Juridische onderbouwing
Pro Justitia rapport (cruciale passages):
“Het is denkbaar dat [verdachte] verhoogde krenkbaarheid een rol gespeeld heeft en dat zijn regulerende vermogens in een situatie met krenking onder druk hebben gestaan.”
“Indien het (mede)plegen van moord c.q. doodslag bewezen wordt verklaard, kunnen onderzoekers geen eenduidig antwoord formuleren ten aanzien van de doorwerking en de mate van toerekenen.”
Precedent:
ECLI:NL:GHSHE:2021:154 “Daarnaast blijkt uit de rapportage Pro Justitia (…) dat de frustratietolerantie en de agressie- en emotieregulatie van de verdachte gestoord zijn waardoor de verdachte impulsief en primair agressief en explosief kan reageren, hetgeen naar het oordeel van het hof een aanwijzing oplevert dat de verdachte in de onderhavige zaak impulsief, in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, heeft gehandeld.”
Resultaat: Hof Den Bosch: vrijspraak voorbedachte raad op basis van Pro Justitia bevindingen.
Toepassing op uw zaak:
- Uw zaak: “verhoogde krenkbaarheid, regulerende vermogens onder druk” (Pro Justitia)
- ECLI:NL:GHSHE:2021:154: “frustratietolerantie en agressie- en emotieregulatie gestoord” → impulsief handelen
Parallel is duidelijk: beide verdachten hadden persoonlijkheidsproblematiek die hun vermogen om te reguleren in krenkingssituaties ondermijnde.
JURIDISCHE FOUT: De rechtbank bespreekt het krenkbaarheid-scenario niet bij voorbedachte raad. Zij concludeert “van contra-indicaties niet gebleken” zonder het Pro Justitia scenario te onderzoeken.
B2: Debate
(a) Verdediging:
“Het Pro Justitia rapport noemt expliciet een krenkbaarheid-scenario als mogelijke verklaring:
“Het is denkbaar dat [verdachte] verhoogde krenkbaarheid een rol gespeeld heeft en dat zijn regulerende vermogens in een situatie met krenking onder druk hebben gestaan.”
Dit is een directe contra-indicatie voor voorbedachte raad. ECLI:NL:GHSHE:2021:154 toonde dat precies deze psychologische constellatie leidt tot impulsief handelen, geen voorbedachte raad.
De rechtbank heeft dit scenario helemaal niet besproken bij voorbedachte raad. Zij concludeert ‘geen contra-indicaties gebleken’ terwijl deskundigen expliciet een contra-indicatie-scenario noemen. Dit is een motiveringsgebrek.“
(b) OM:
“De deskundigen schrijven ‘het is denkbaar’, niet ‘het is aannemelijk’. Dit is speculatie. De rechtbank hoeft niet elk denkbaar scenario te weerleggen.
Verdachte gedroeg zich rationeel: wapen terugvragen, doorladen, medeverdachten organiseren, 15 minuten zoeken, gericht schieten. Dit past bij instrumenteel handelen (scenario 2 uit Pro Justitia), niet bij ‘regulerende vermogens onder druk’.“
(c) Repliek verdediging:
“‘Het is denkbaar’ is geen speculatie als het gebaseerd is op forensisch onderzoek door geregistreerde deskundigen. De deskundigen hebben verdachte geobserveerd en concluderen dat dit scenario mogelijk is op basis van wetenschappelijke bevindingen.
Bovendien konden de deskundigen geen eenduidig antwoord geven:
“Daardoor is zowel een scenario met enige doorwerking van psychopathologie als een scenario zonder doorwerking mogelijk.”
Bij twijfel komt dit ten goede van verdachte. De rechtbank had deze twijfel moeten bespreken.“
B3: Risicocheck
| Factor | Beoordeling |
| Haalbaarheid | HOOG – Pro Justitia is gezaghebbend |
| Bewijs gaps | GEEN – Rapport is beschikbaar |
| Procesrisico | LAAG – ECLI:NL:GHSHE:2021:154 toont acceptatie |
⭐ #3: GROEPSDYNAMIEK + ONVOORZIENE TRIGGER
B1: Juridische onderbouwing
Feitelijke situatie:
“[medeverdachte 1] was de bestuurder van de auto, [verdachte] de bijrijder, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zaten achterin de auto.”
4 personen in auto → verdachte was nooit alleen tijdens de zoektocht → geen solo-reflectiemoment.
Onvoorziene trigger:
“Op zondag 23 juni 2024 hadden [verdachte], [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] het plan een horloge te gaan stelen (…) Iets voor 19:00 uur kwamen [verdachte] en [medeverdachte 1] bij de telefoonwinkel aan en zagen dat de winkel al was gesloten.”
Wapen was al beschikbaar voor ander doel (horlogediefstalsplan). Verkeersruzie was onvoorzien, geen maandenlange escalatie.
Precedent:
ECLI:NL:GHSHE:2015:572 “De verdachte en de medeverdachten (…) zijn op 22 september 2010 uit de woning van de verdachte vertrokken om op zoek te gaan naar het latere slachtoffer (…) De verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] hebben ieder uit de woning van de verdachte een mes meegenomen. Toen zij [slachtoffer] uiteindelijk op straat in de nabijheid van diens woning troffen, zijn de verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] met hem in gevecht geraakt. Daarbij is meermalen in de hals/nek en in het lichaam van [slachtoffer] gestoken, als gevolg waarvan hij is overleden.”
Oordeel Hof:
“Het hof houdt het voor mogelijk dat (…) zij voornemens waren om [slachtoffer] al dan niet onder bedreiging met een mes en/of met geweld naar de politie te brengen en dat de confrontatie met het slachtoffer op straat, als gevolg van de oplopende spanningen (…) heeft geleid tot een ogenblikkelijke gemoedsopwelling (…) Deze omstandigheden leveren zodanige contra-indicaties op dat het hof niet bewezen acht dat de verdachte heeft gehandeld met voorbedachte raad.”
Resultaat: Rechtbank 15 jaar moord → Hof 10 jaar doodslag.
Parallel met uw zaak:
- Beide: groepsdynamiek (medeverdachten aanwezig)
- Beide: wapens meegenomen
- Beide: zoektocht naar slachtoffer
- Beide: confrontatie leidde tot geweld
- Hof: niet bewezen dat bij vertrek al plan was om te doden
B2: Debate
(a) Verdediging:
“ECLI:NL:GHSHE:2015:572 (Hof Den Bosch) is exact vergelijkbaar:
Verdachten gingen met messen op zoek naar iemand (die hun zusje zou hebben misbruikt), vonden hem, en staken hem dood. Tóch oordeelde het Hof: geen voorbedachte raad, want niet bewezen dat ze bij vertrek al het plan hadden om te doden.
Uw zaak:
- Verdachte had wapen voor ander plan (horlogediefstalsplan)
- Verkeersruzie was onvoorzien
- 4 personen in auto = groepsdynamiek, geen solo-reflectie
- Niet bewezen dat bij doorladen al plan was om te doden (vs. intimideren/confronteren)
De rechtbank neemt aan dat doorladen = moordplan. Maar dat volgt niet uit de feiten. Doorladen kan ook voorzorg zijn (angst voor herhaling aanval).“
(b) OM:
“ECLI:NL:GHSHE:2015:572 is anders. Daar was er geen directe eerdere confrontatie met het slachtoffer. Hier: verdachte werd 30 minuten eerder geslagen door hetzelfde slachtoffer.
Verdachte organiseerde de zoektocht: laadde door, zocht actief, stapte direct uit, schoot gericht. Dit is geen gemoedsopwelling maar wraakexpeditie.“
(c) Repliek verdediging:
“Het OM bewijst juist ons punt. De eerdere confrontatie (slag) is de trigger die de emotionele toestand verklaart. In ECLI:NL:GHSHE:2015:572 was de trigger dat het zusje zou zijn misbruikt – ook een heftige emotionele trigger die leidde tot gemoedsopwelling bij de confrontatie.
De rechtbank kan niet bewijzen dat verdachte tijdens de zoektocht kalm nadacht over de gevolgen. Hij was in groepscontext, actief zoekend, in emotionele toestand. De ‘rust’ tussen trigger en daad is geen bewijs van beraad – het kan ook voortrollende affectieve toestand zijn.
“Hoewel er met betrekking tot de situatie tussen het eerste en tweede steekmoment en de situatie tussen het tweede en derde steekmoment aanwijzingen zijn dat de verdachte zich heeft kunnen beraden (…) acht het hof deze ontoereikend om tot een bewezenverklaring van voorbedachten rade te komen, gelet op de eveneens aanwezige contra-indicaties waaraan het hof een zwaarder gewicht toekent.”“
B3: Risicocheck
| Factor | Beoordeling |
| Haalbaarheid | HOOG – ECLI:NL:GHSHE:2015:572 exact vergelijkbaar |
| Bewijs gaps | GEEN – Feiten vastgesteld |
| Procesrisico | LAAG – Hof Den Bosch-precedent |
🔁 EINDCONCLUSIE
Kernargument hoger beroep
De rechtbank heeft drie categorieën contra-indicaties erkend maar alleen bij strafmaat gebruikt:
- Vernedering: “gewelddadige wijze belaagd”, “directe aanleiding”, “onderscheidt zich van liquidaties”
- Leeftijd: “onvoltooide ontwikkeling”
- Pro Justitia: krenkbaarheid-scenario (helemaal niet besproken bij voorbedachte raad)
Dit is innerlijk tegenstrijdig. ECLI:NL:HR:2016:1520 vereist dat contra-indicaties zwaarder kunnen wegen dan tijdsverloop. De rechtbank heeft deze weging niet gemaakt.
Precedenten tonen herkwalificatie:
| Precedent | Situatie | Resultaat |
| ECLI:NL:GHAMS:2017:4896 | Relationele krenking + drift | Moord → Doodslag |
| ECLI:NL:GHSHE:2015:572 | Zoektocht met wapen + groep | Moord → Doodslag (15 → 10 jaar) |
| ECLI:NL:GHSHE:2021:154 | Krenkbaarheid Pro Justitia | Vrijspraak voorbedachte raad |
| ECLI:NL:GHSHE:2020:2831 | Contra-indicaties zwaarder | Moord → Doodslag (6 jaar) |
Strafverschil
| Kwalificatie | Strafmaximum | Verwachting bij herkwalificatie |
| Moord (art. 289 Sr) | 30 jaar / levenslang | 18 jaar (huidig) |
| Doodslag (art. 287 Sr) | 25 jaar | 10-12 jaar (conform precedenten) |
Strafmaatbeoordeling
Strafmaatanalyse: 18 jaar in context
Korte conclusie
De straf van 18 jaar is gemiddeld tot lager dan gemiddeld voor het totaalpakket van feiten, maar dit is het gevolg van aanzienlijke strafmatiging door de rechtbank. Deze matiging ondersteunt paradoxaal genoeg uw hoger beroep-argument.
Wettelijk kader en benchmark
Enkelvoudige moord
Bij de 141 veroordelingen werd het vaakst 15 jaar gevangenisstraf opgelegd; namelijk 29 keer. In 78 gevallen werd een gevangenisstraf van minder dan 15 jaar opgelegd en in 34 gevallen een gevangenisstraf van meer dan 15 jaar. De hoogste straf voor een enkelvoudige moord was 22 jaar. De gemiddelde gevangenisstraf voor kale moord in de periode van 2006-2012 was 12,3 jaar en over de periode van 2012-2018 was dat 14,4 jaar.
Hoewel de rechtbank zich realiseert dat zaken als deze uniek in hun aard zijn en er niet tot nauwelijks ‘soortgelijke zaken’ zijn, lijkt het erop dat voor enkelvoudige moorden de straffen de afgelopen jaren zijn opgelopen en dat op dit moment gevangenisstraffen met een bandbreedte van 15 tot 20 jaren worden opgelegd.
Liquidaties vs. relationele moord
Daarbij is een verschil te zien tussen de strafmaat voor een moord in het criminele milieu, zoals een liquidatie, en die voor een moord in de relationele sfeer. Voor de eerste categorie worden tegenwoordig gevangenisstraffen van tussen de achttien en tweeëntwintig jaren opgelegd.
De feiten in uw zaak
Verdachte is veroordeeld voor vier afzonderlijke feiten:
| Feit | Omschrijving | Wettelijk maximum |
|——|————–|——————-|
| 1 | Moord met voorbedachten rade (art. 289 Sr) | 30 jaar / levenslang |
| 2 | Medeplegen poging gewapende afpersing | ~9-12 jaar |
| 3 | Medeplegen poging gewapende woningoverval | ~9-12 jaar |
| 4 | Medeplegen wapenbezit omgebouwd pistool | ~4 jaar |
Meerdaadse samenloop (art. 57 Sr)
Bij samenloop van feiten die als op zichzelf staande handelingen moeten worden beschouwd en meer dan één misdrijf opleveren waarop gelijksoortige hoofdstraffen zijn gesteld, wordt één straf opgelegd.
Bij samenloop: maximum = hoogste straf + 1/3 = theoretisch 40 jaar voor dit feitenpakket.
Vergelijking met precedenten
| Zaak | Feiten | Straf |
|——|——–|——-|
| ECLI:NL:GHSHE:2020:159 | Moord (liquidatie-achtig) met vuurwapen | 15 jaar 6 maanden |
| ECLI:NL:GHSHE:2016:4809 | Moord met voorbedachten rade | 14 jaar |
| ECLI:NL:GHARN:2012:BW6011 | Moord (enkelvoudig, geen verzachtende omstandigheden) | 15 jaar |
| ECLI:NL:RBLIM:2020:9980 | Moord (bijzonder ernstig, martelend) | 22 jaar |
| ECLI:NL:GHSHE:2020:1044 | Doodslag (vrijspraak moord) | 12 jaar |
Mijn standpunt: 18 jaar = gemiddeld tot laag voor dit totaalpakket
Argument 1: Meer dan alleen moord
Voor enkelvoudige moord zou 18 jaar bovengemiddeld zijn (gemiddelde: 14,4-16 jaar).
Maar Verdachte is veroordeeld voor moord + drie ernstige feiten:
- Poging gewapende afpersing (Antwerpen)
- Poging gewapende woningoverval (Uden)
- Wapenbezit over langere periode
Zonder strafmatiging zou het totaalpakket 20-25 jaar rechtvaardigen.
Argument 2: Geen liquidatie-opslag
Gelet op de wijze waarop het feit is begaan, waaronder de korte afstand waarop de schoten op het slachtoffer zijn afgevuurd en de omstandigheid dat de verdachte eerst op zijn scooter is aan komen rijden, om vervolgens om te draaien en achter de hardlopers te blijven rijden totdat zij het slachtoffer waren gepasseerd om ten slotte na de moord te vluchten op zijn scooter, heeft deze moord alle kenmerken van een kille en brute liquidatie.
In die zaak (GHSHE:2020:159) werd 15 jaar 6 maanden opgelegd voor een enkelvoudige liquidatie-achtige moord.
Uw zaak heeft vier feiten maar dezelfde strafbandbreedte als een enkelvoudige liquidatie. Dat impliceert aanzienlijke matiging.
Argument 3: Rechtbank erkent strafmatigende factoren
De rechtbank noemt expliciet:
- Leeftijd 19 jaar: “onvoltooide ontwikkeling”, kan “niet op geheel gelijke wijze als een oudere volwassene verantwoordelijk worden gehouden”
- Directe aanleiding: “op gewelddadige wijze belaagd door het latere slachtoffer”
- Geen liquidatie: “onderscheidt zich van liquidaties en andere, zorgvuldig voorbereide en geplande moorden”
Het juridische signaal: innerlijke tegenstrijdigheid
Dit is cruciaal voor uw hoger beroep:
De rechtbank heeft de straf significant gematigd (van potentieel 22-25 jaar naar 18 jaar) op basis van:
- Leeftijd + onvoltooide ontwikkeling
- Vernedering als directe aanleiding
- “Onderscheidt zich van liquidaties”
Maar dezelfde factoren gebruikte de rechtbank niet bij de kwalificatie moord vs. doodslag.
Gelet op voormelde feiten en omstandigheden doet de genoemde bandbreedte van 15 tot 20 jaren gevangenisstraf geen recht aan de ernst van deze moord. De rechtbank acht een gevangenisstraf van 22 jaren in dit geval in beginsel passend.
In ECLI:NL:RBLIM:2020:9980 werd 22 jaar passend geacht voor een bijzonder ernstige moord (marteling, kinderen aanwezig). Uw zaak kreeg 18 jaar ondanks vier feiten — dit bewijst dat de rechtbank de contra-indicaties substantieel achtte.
Conclusie met cijfers
| Scenario | Verwachte straf | Uw zaak |
|---|---|---|
| Enkelvoudige moord (gemiddeld) | 14-16 jaar | – |
| Enkelvoudige moord (liquidatie) | 18-22 jaar | – |
| Moord + 3 ernstige feiten (zonder matiging) | 20-25 jaar | – |
| Uw zaak: moord + 3 feiten (met matiging) | – | 18 jaar |
| Doodslag + 3 feiten (hypothetisch) | 10-14 jaar | – |
Mijn standpunt:
18 jaar is gemiddeld tot lager dan gemiddeld voor het totaalpakket (moord + drie ernstige feiten). De rechtbank heeft 4-7 jaar gematigd vanwege de contra-indicaties die zij bij strafmaat erkende.
Dit ondersteunt uw hoger beroep-argument: als de contra-indicaties significant genoeg zijn voor 4-7 jaar strafmatiging, waarom wogen ze dan niet bij de kwalificatie moord/doodslag?
Bij herkwalificatie naar doodslag zou de verwachte straf 10-14 jaar zijn, conform ECLI:NL:GHSHE:2020:1044 (doodslag: 12 jaar) en de bijkomende feiten.
Bij navraag Andri komt het citaat uit ECLI:NL:RBROT:2020:11744 (Rechtbank Rotterdam, 18 december 2020).
De rechtbank verwijst in haar strafmaatmotivering naar een WODC-onderzoek met de titel:
“Verhoging strafmaximum moord; is veertig het nieuwe dertig?” In dit onderzoek is onder meer gekeken naar de straffen die door rechters voor moord zijn opgelegd in de periode van 2006-2018.
De exacte passage uit het vonnis luidt:
“In de periode 2006-2018 zijn in totaal 345 veroordelingen wegens moord uitgesproken. Daarvan waren 141 veroordelingen voor (medeplegen van) enkelvoudige kale moord, waarvoor alleen gevangenisstraf zonder andere vrijheidsbenemende sanctie (TBS) werd opgelegd. Bij de 141 veroordelingen werd het vaakst 15 jaar gevangenisstraf opgelegd; namelijk 29 keer. In 78 gevallen werd een gevangenisstraf van minder dan 15 jaar opgelegd en in 34 gevallen een gevangenisstraf van meer dan 15 jaar. De hoogste straf voor een enkelvoudige moord was 22 jaar. De gemiddelde gevangenisstraf voor kale moord in de periode van 2006-2012 was 12,3 jaar en over de periode van 2012-2018 was dat 14,4 jaar.”
