Amsterdam
maart 12, 2026
11 11 11 AM

AI-jurisprudentie

Ik ben een klassieke strafadvocaat die in 2023 overstapte naar de IND. De minister is nu mijn cliënt. Ik ben procesvertegenwoordiger in vreemdelingenbewaringszaken.

Vreemdelingenbewaring lijkt heel erg op pro forma zittingen in het strafrecht. Het accent ligt op mogelijke vormfouten, of de IND wel voortvarend genoeg werkt aan overdracht/uitzitting en de gevolgen voor de bewaring. Er is doorlopend jurisprudentie over, en een dik leerboek van Van Dokkum/Bouwman dat omdat het van papier is per definitie achterloopt. Ik sta nog steeds iedere week in de rechtszaal.

Ik scan met enige regelmaat de ongeveer 250 uitspraken per maand die worden gepubliceerd op rechtspraak.nl. Dat kost een dag. Ongeveer 50 zaken per maand zijn interessant. Ik heb een zeer uitgebreide prompt gemaakt die elke uitspraak zorgvuldig en bondig samenvat, met klikbare links. Het hele databestand met uitspraken gelabeld op categorie is te vinden op www.jursprudentie.wordpress.com.

Het scrollen en selecteren van de 250 uitspraken kost me ongeveer een dag. Per geselecteerde uitspraak kost het downloaden mij 1 minuut. Het uploaden naar ChatGPT kost 1 minuut. Het samenvatten kost 1 minuut. Het plakken naar een webpagina kost 1 minuut en dan kost het plakken naar een ‘ouderwets’ Word-bestandje mij ook 1 minuut, afgerond. Totaal kost het samenvatten van ongeveer 50 uitspraken ongeveer een halve dag, als ik geconcentreerd doorwerk (ik hoop het uploaden in de toekomst met een agent te kunnen automatiseren)

Samengevat: in anderhalve dag ben ik 250 uitspraken wijzer/sluwer en 50 raadpleegbare geïndexeerde uitspraken verder. Zover was ik nooit gekomen als klassieke advocaat, die op gevoel en met eigen zoekwoorden in rechtspraak.nl zocht naar ‘iets wat er op lijkt’ en dan een brij van tekst kreeg. Ik heb nu vaak in de rechtszaal dat als ik weet waar het betoog van de vreemdelingenadvocaat heen gaat, ik op mijn telefoon in mijn cyberbibliotheek de repliek op de grief meteen kan vinden. Mét vindplaats.

De kern is natuurlijk mijn eigen grondige kennis van de standaardliteratuur en de energie die ik steek in het scannen van alle gepubliceerde uitspraken van de laatste maand. Maar door de AI-jurisprudentie heb ik wel de manier gevonden waarom en waardoor ik als een moderne cyberlawyer meer en sneller tekst heb dan de papieren tijger die alleen maar kennis uit zijn of haar juridische studeerkamer meebrengt.

Een voorbeeld van een uitspraak uit mijn uitsprakenbibliotheek vind je hieronder.

Bewaring – Zicht op uitzetting Libië aanwezig – voldoende voortvarendheid – ECLI:NL:RBDHA:2025:8205

Rb. Den Haag (zp Rotterdam) | 29-04-2025 | NL25.17193 | Nationaliteit niet vermeld – beroep ongegrond – geen schadevergoeding


Feiten en Procesverloop

Eiser is op 11 april 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, Vw. Verweerder baseerde de maatregel op meerdere zware en lichte gronden, waaronder 3c, 3i, 4b, 4c en 4d. Eiser betwistte zware gronden 3a, 3b, 3d en lichte grond 4a. Op zitting liet verweerder grond 3e vallen.

Eiser stelde dat er geen zicht op uitzetting naar Libië bestaat en dat verweerder onvoldoende voortvarend aan zijn uitzetting werkt. Hij wees op lage aantallen uitzettingen en op uitspraken van de Afdeling en rechtbanken uit 2021 en 2024.


Overwegingen Rechtbank

1. Bewaringsgronden

  • De niet-betwiste gronden 3c, 3i, 4b, 4c en 4d leveren in samenhang voldoende risico op onttrekking op.
  • De betwiste gronden blijven onbesproken.

2. Zicht op uitzetting naar Libië

  • Er is in 2024 één gedwongen uitzetting naar Libië geweest en er zijn negen laissez-passers afgegeven.
  • Voor eiser is op 28 februari 2025 een lp-aanvraag ingediend; presentatie bij de Libische autoriteiten staat gepland op 1 mei 2025.
  • Geen aanwijzingen dat het lp-traject zal mislukken.
  • Eiser werkt niet volledig mee: hij verscheen niet bij vertrekgesprekken en gaf aan niet mee te zullen werken aan zijn presentatie.
  • Zicht op uitzetting in het algemeen en in het individuele geval wordt aanwezig geacht.

3. Voortvarendheid

  • In de periode 11–23 april 2025 heeft verweerder vertrekgesprekken gevoerd en voorbereiding getroffen voor de presentatie op 1 mei 2025.
  • Geen verplichting tot extra rappelleren in deze fase.

4. Ambtshalve toetsing

  • Geen grond om te oordelen dat de maatregel op enig moment onrechtmatig was.

Conclusie en Gevolgen

  • Uitspraak: Beroep ongegrond
  • Schadevergoeding: Afgewezen
  • Proceskostenvergoeding: Geen

Noten

Vw 2000 – artikel 59 lid 1 onder a
Vb 2000 – artikel 5.1b
ECLI:NL:RVS:2024:1892
ECLI:EU:C:2022:858